Archiefdocument
Origineel
22 januari 1944 Waarschijnlijk een havenmeester of controleur (getekend W. G. v.d. Hoek) Den Heer Bedrijfschef der Centrale Markt Amsterdam 22 Jan: 1944
Den Heer bedrijfschef
der Centrale Markt
Nº 37/13/1 M. 1944 27/1
Zaterdag morgen 22 Januari presenteerde
ondergetekende Schipper v.an Ruiten een kwitantie
groot f. 1.12, van het schip R.A van II groot 28 ton,
dit schip was 20 Jan: aan de Centralemarkt geweest en zonder
betaling vertrokken. v. Ruiten weigerde deze kwitantie
te voldoen. Volgens bovengenoemde schipper heeft hij
niets aan de markt gelost, enkel moest hij een pakje
afgeven aan schipper Bol. Van lossing heeft ondergetekende
ook niets gezien. Tevens was zaterdag 22 Jan:
schipper Th Boers aan de Centralemarkt, met twee
schepen, de Drie Zusters en Drie Gebroeders beide groot
38 ton. Deze hebben aardappelen overgeladen op de
Gerarda Elisabeth van schipper Bol. Beide schepen
hebben verder ook niets aan de markt gelost. Moeten
zij kadegeld betalen? Inertijd is er eens een rapport
geweest van schipper A. Mantel, met de Vrouw Catharina,
deze schipper heeft toen bloembollen overgeladen en is
toen vrijgesteld van kadegeld te betalen.
M. i. van Ruiten en Boers laten betalen drie aant. afw.
aangezien gebruik gemaakt wordt van resp. aangehoud
Marktwaters en het niet betalen ener controle resp. J. Bloemenstokem
ten zeerste bemoeilijkt zou worden. 27/1-44
W. G. v.d. Hoek Deze brief is een formeel rapport aan de bedrijfsleider van de Centrale Markt in Amsterdam betreffende een geschil over het betalen van kadegeld (havenrechten). De kern van de zaak is of schippers die wel in de havenmond liggen of goederen overladen van het ene schip naar het andere, maar niet daadwerkelijk goederen lossen op de kade van de markt, toch kadegeld verschuldigd zijn.
Er worden twee specifieke gevallen genoemd:
1. Schipper van Ruiten: Weigert een bedrag van f 1,12 te betalen omdat hij alleen een pakje afgaf aan een andere schipper (Bol).
2. Schipper Th. Boers: Heeft aardappelen overgeladen van zijn twee schepen op een ander schip, eveneens van schipper Bol, zonder de kade te gebruiken voor opslag of verhandeling.
De schrijver refereert aan een eerdere uitspraak (geval Mantel) waarbij vrijstelling werd verleend, maar adviseert in dit geval toch tot inning over te gaan. De redenatie is dat zij wel degelijk gebruikmaken van de "Marktwaters" en dat het verlenen van vrijstellingen de controle op de haveningangen onmogelijk maakt. Het document dateert van januari 1944, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt in Amsterdam was in deze periode het cruciale distributiepunt voor de voedselvoorziening van de stad en de omliggende regio.
Vanwege de schaarste en de rantsoenering was de administratie en controle op de markt uiterst strikt. Elk schip en elke vracht werd nauwgezet geregistreerd om zwarte handel te voorkomen en de distributie te beheersen. De discussie over een relatief klein bedrag van f 1,12 (vandaag de dag ongeveer € 8,-) illustreert hoe nauwgezet de bureaucratie functioneerde, zelfs in tijden van oorlog en gebrek. Het overlaten van aardappelen — een basisvoedsel dat essentieel was voor de overleving van de Amsterdamse bevolking — was een dagelijkse bezigheid in de haven van de Centrale Markt. A. Mantel G. v.d. Hoek J. Bloemenstokem