Archief 745
Inventaris 745-426
Pagina 406
Dossier 2A
Jaar 1944
Stadsarchief

Getypte brief / ambtelijk schrijven.

22 maart 1944. Van: De Nederlandsche Organisatie voor het beroepsgoederenvervoer langs den weg (gevestigd te Haarlem).

Origineel

Getypte brief / ambtelijk schrijven. 22 maart 1944. De Nederlandsche Organisatie voor het beroepsgoederenvervoer langs den weg (gevestigd te Haarlem). 37/22/2M. VD/SV.

Verzonden 22/3 [handgeschreven]
bedrijfschef [handgeschreven]

22 Maart 1944.

Aanvraag paard
K.Elmers en J.M.Reesen.

de Nederlandsche Organisatie
voor het beroepsgoederenvervoer
langs den weg,

Warmoesstraat 17,

H A A R L E M. (NH)

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 8 Februari jl. bericht ik U, dat K.Elmers werkzaam is als expediteur met paard en wagen in het vervoer van aardappelen van de Centrale Markt naar de kleinhandelaren in de stad. Hij heeft dagelijks + 155 hl. aardappelen te vervoeren. Zijn paard is echter niet in staat de wagen met volle belasting te trekken, waarom hij zich gaarne in het bezit zag gesteld van een aankoopvergunning voor een 2de paard.
Van J.M.Reesen, die in het bezit is van een vergunning van de R.V.I. voor het vervoer van groente, fruit en aardappelen is volgens zijn verklaring in April 1943 het paard gestorven. Aangezien hij van den P.V.C. geen aankoopvergunning verkreeg voor een nieuw paard, om daarmee de groente onder andere voor drie winkeliers uit Betondorp(Pieterson, Quatfass en Annink) te kunnen vervoeren, kocht hij clandestien een paard. Dit paard is hem echter eenige weken geleden afgenomen, zoodat hij thans geen paard bezit.
Het is in verband met de voedselvoorziening van Amsterdam gewenscht dat Elmers en Reesen ieder in het bezit van een aankoopvergunning voor een paard worden gesteld.

De Directeur, Deze brief is een formeel verzoek van de 'Nederlandsche Organisatie voor het beroepsgoederenvervoer langs den weg' (NOB) voor het verkrijgen van aankoopvergunningen voor paarden voor twee specifieke transporteurs in de regio Amsterdam/Haarlem.

De kern van het document belicht twee schrijnende gevallen van de logistieke problemen tijdens de bezetting:
1. K. Elmers: Vervoert grote hoeveelheden aardappelen (155 hectoliter per dag) vanaf de Centrale Markt in Amsterdam. Zijn huidige paard is te zwak voor deze zware last, wat de distributie in gevaar brengt.
2. J.M. Reesen: Zijn paard stierf in 1943. Nadat een officiële vergunning werd geweigerd door de P.V.C. (waarschijnlijk de Provinciale Voedselcommissaris), kocht hij uit noodzaak een paard op de zwarte markt ("clandestien"). Dit paard is door de autoriteiten in beslag genomen, waardoor hij zijn werk voor winkeliers in Betondorp (Pieterson, Quatfass en Annink) niet meer kan uitvoeren.

De brief gebruikt de "voedselvoorziening van Amsterdam" als het doorslaggevende argument om de vergunningen alsnog los te krijgen. Het document dateert van maart 1944, een periode van extreme schaarste tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Omdat brandstof voor motorvoertuigen vrijwel uitsluitend voor de Duitse weermacht bestemd was, was het goederenvervoer in de steden volledig afhankelijk van paard en wagen.

Alles was gereguleerd: men had vergunningen nodig van instanties zoals de R.V.I. (Rijksverkeersinspectie) om te mogen vervoeren, en van de P.V.C. om een paard te mogen kopen. De NOB was een door de bezetter in het leven geroepen organisatie om controle uit te oefenen op de transportsector.

De vermelding van de "clandestiene" aankoop en de daaropvolgende inbeslagname illustreert de strenge handhaving van de distributiewetten en de wanhoop van kleine ondernemers. Betondorp, genoemd in de brief, is een bekende wijk in Amsterdam-Oost. De genoemde winkeliers (Pieterson, Quatfass en Annink) waren reële ondernemers wiens bevoorrading direct afhankelijk was van dit vervoer. De focus op de "voedselvoorziening" was in 1944 de enige effectieve manier om bureaucratische medewerking te verkrijgen, aangezien de honger in de grote steden al een dreigend probleem was, nog voor de beruchte Hongerwinter van 1944-1945.

Samenvatting

Deze brief is een formeel verzoek van de 'Nederlandsche Organisatie voor het beroepsgoederenvervoer langs den weg' (NOB) voor het verkrijgen van aankoopvergunningen voor paarden voor twee specifieke transporteurs in de regio Amsterdam/Haarlem.

De kern van het document belicht twee schrijnende gevallen van de logistieke problemen tijdens de bezetting:
1. K. Elmers: Vervoert grote hoeveelheden aardappelen (155 hectoliter per dag) vanaf de Centrale Markt in Amsterdam. Zijn huidige paard is te zwak voor deze zware last, wat de distributie in gevaar brengt.
2. J.M. Reesen: Zijn paard stierf in 1943. Nadat een officiële vergunning werd geweigerd door de P.V.C. (waarschijnlijk de Provinciale Voedselcommissaris), kocht hij uit noodzaak een paard op de zwarte markt ("clandestien"). Dit paard is door de autoriteiten in beslag genomen, waardoor hij zijn werk voor winkeliers in Betondorp (Pieterson, Quatfass en Annink) niet meer kan uitvoeren.

De brief gebruikt de "voedselvoorziening van Amsterdam" als het doorslaggevende argument om de vergunningen alsnog los te krijgen.

Historische Context

Het document dateert van maart 1944, een periode van extreme schaarste tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Omdat brandstof voor motorvoertuigen vrijwel uitsluitend voor de Duitse weermacht bestemd was, was het goederenvervoer in de steden volledig afhankelijk van paard en wagen.

Alles was gereguleerd: men had vergunningen nodig van instanties zoals de R.V.I. (Rijksverkeersinspectie) om te mogen vervoeren, en van de P.V.C. om een paard te mogen kopen. De NOB was een door de bezetter in het leven geroepen organisatie om controle uit te oefenen op de transportsector.

De vermelding van de "clandestiene" aankoop en de daaropvolgende inbeslagname illustreert de strenge handhaving van de distributiewetten en de wanhoop van kleine ondernemers. Betondorp, genoemd in de brief, is een bekende wijk in Amsterdam-Oost. De genoemde winkeliers (Pieterson, Quatfass en Annink) waren reële ondernemers wiens bevoorrading direct afhankelijk was van dit vervoer. De focus op de "voedselvoorziening" was in 1944 de enige effectieve manier om bureaucratische medewerking te verkrijgen, aangezien de honger in de grote steden al een dreigend probleem was, nog voor de beruchte Hongerwinter van 1944-1945.

Ambtenaren

Bedrijfschef

Kooplieden in dit dossier 14

A.F. Kitsz Waterlooplein
A.F. Kitsz Waterlooplein
C. Kool Waterlooplein
D. de Vries Waterlooplein 39355
D. de Vries Waterlooplein 39355
Noord-Holl. Bevelanders Waterlooplein 924.30
Schip "Dina" Waterlooplein opslag in
Schip "Dina" Waterlooplein
Schip "Energie". Waterlooplein " 4.902.--
Schip "Onderneming" Waterlooplein
Schip "Tijd zal 't leeren". Waterlooplein F. 2.342.30
Schip "Twee Gebroeders" Waterlooplein
Schip "Verwisseling". Waterlooplein " 2.977.38
F.W. Schip Waterlooplein

Gerelateerde Documenten 6