Ambtelijke brief/doorslag.
Origineel
Ambtelijke brief/doorslag. 22 maart 1944. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen). De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. [Handgeschreven aantekening bovenaan:]
Verzonden 22/3 H. Muller [?]
37/37/1M. 3 22 Maart 1944. SV.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
In bijlage dezes heb ik de eer U te doen geworden een contract in duplo betreffende de pakhuisafdeeling no. 1 van de hal op de Centrale Markt;
twee contracten in duplo betreffende de pakhuisafdeelingen nos. B 12 en E 21 respectievelijk van pier B en E op de Centrale Markt.
Ik moge U beleefd verzoeken wel te willen bevorderen, dat deze contracten door den heer Burgemeester worden geteekend. Daarna gelieve U ze mij te doen terugzenden, teneinde voor registratie te kunnen zorgdragen.
De Directeur, * Taalgebruik: Het document is opgesteld in een formele, ambtelijke stijl die typerend is voor de eerste helft van de 20e eeuw. Constructies als "heb ik de eer U te doen geworden" en "wel te willen bevorderen" duiden op de strikte hiërarchische verhoudingen binnen het gemeentebestuur.
* Administratieve procesgang: De brief beschrijft een standaard procedure waarbij de directeur van een dienst contracten voorbereidt, deze via de verantwoordelijke wethouder ter ondertekening voorlegt aan de burgemeester, om ze vervolgens na ondertekening weer terug te ontvangen voor de uiteindelijke registratie.
* Locatie: De genoemde locaties (hal no. 1, pier B en E) verwijzen naar de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, destijds het logistieke hart van de voedselvoorziening in de stad. * Oorlogstijd: De datum 22 maart 1944 valt midden in de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief een puur administratief karakter heeft over de verhuur van opslagruimte, was de rol van de 'Wethouder voor de Levensmiddelen' in deze periode cruciaal vanwege de toenemende voedselschaarste en distributieproblemen.
* Bestuur: In 1944 was Edward Voûte de door de bezetter benoemde burgemeester van Amsterdam. De wethouder voor Levensmiddelen was in die periode P.H.W. de Brody.
* Centrale Markt: De Centrale Markt bleef gedurende de oorlog functioneren als distributiepunt, maar stond onder streng toezicht van zowel de Nederlandse autoriteiten als de bezetter om de voedselstroom naar de bevolking (en de Wehrmacht) te controleren.