Handgeschreven brief met administratieve aantekeningen.
Origineel
Handgeschreven brief met administratieve aantekeningen. 28 oktober 1939. L. Knoop (geboren 15-08-1906). [Bovenaan, paars stempel en potloodnotities:]
Nº 28/128/1 M. 1939 30/10 n-O. Insp
A'dam 28 Oct: 1939.
Aan Den Directeur
van het Marktwezen
Alhier
M.H.
U schrijven van 26 Oct: j. l.
ontvangen. Hierbij doe ik u mijn
foto toekomen ook mijn naam.
L. Knoop. Geb: 15 Aug: 1906. A'dam
De naam van mijn Echtgenoote is
als volg L. Kloot. Geb: 3 Maart 1912
A'dam.
N. B.
Ook moet ik u tevens mede
deelen dat ik voorloopig geen ge_
bruik (Kan maken) van mijn standplaats
Lindengracht en van mijn Voorkeurs_
kaart Westerstraat Nº 385 geen gebruik
kan maken De rede daarvan is
dat ik op het oogenblik steun_
trekker ben. Ik heb mij reeds in
verbinding gestelt met M. S. voor
[Rechtsonder in de marge:] 52 In deze brief reageert L. Knoop op een eerder schrijven van de Dienst Marktwezen. Hij voldoet aan een verzoek om een foto en identiteitsgegevens aan te leveren voor de administratie. Opvallend is dat hij expliciet de gegevens van zijn echtgenote, L. Kloot, vermeldt.
De belangrijkste mededeling volgt onder de 'N.B.'. Knoop geeft aan dat hij zijn standplaats op de Lindengracht en zijn voorkeursrecht voor de markt in de Westerstraat (kaart nr. 385) tijdelijk niet kan benutten. De reden hiervoor is dat hij "steuntrekker" is geworden. In de vooroorlogse jaren was het vaak verboden of strikt gereguleerd om een eigen bedrijf (zoals een markthandel) te voeren terwijl men een werkloosheidsuitkering ("de steun") ontving. Knoop meldt dat hij hierover al contact heeft met 'M. S.', wat staat voor de Dienst Maatschappelijke Steun. Het document stamt uit oktober 1939, de periode van de mobilisatie in Nederland en de nasleep van de grote economische crisis. Voor marktkooplieden was de administratie van de gemeente Amsterdam (Marktwezen) streng; standplaatsen in de Jordaan (Lindengracht en Westerstraat) waren gewild en gebonden aan strikte regels en voorkeurskaarten.
De term "steuntrekker" draagt de historische lading van de crisisjaren: de steun was een karige voorziening die gepaard ging met strenge controles. Wie in de steun zat, moest elke wijziging in zijn situatie — zoals het bezit van een marktvergunning — melden om beschuldigingen van fraude of extra inkomsten te voorkomen. De brief illustreert de precaire sociaaleconomische positie van kleine zelfstandigen in Amsterdam aan de vooravond van de Duitse bezetting. B. Gemeente Amsterdam Marktwezen