Ambtelijk advies / Intern memorandum.
Origineel
Ambtelijk advies / Intern memorandum. 3 november 1939. Onbekende ambtenaar (ondertekend met handtekening). Den Heer Inspecteur van het Marktwezen, alhier (waarschijnlijk Amsterdam). [Links boven:]
no 28/129/1 m 1939 31/10
[Rechts boven:]
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
[Midden tekst:]
Wat het verzoek van E de Wilde voorkeurskaart
no 400 Lindengracht betreft, diene het volgende.
de Wilde heeft nooit [doorgehaald: geen] gebruik van de
markt Lindengracht gemaakt,
Ook de tijd dat zijn vrouw niet ziek was
kwam hij niet naar de Lindengracht.
Uit een billijkheidsoogpunt wil ik U dan
ook adviseren hem zijn verzoek niet toe
te staan.
[Links onder:]
3-11-1939.
[Rechts onder:]
[Handtekening] Dit document is een ambtelijk advies met een negatieve strekking. Een zekere E. de Wilde heeft een verzoek ingediend met betrekking tot een "voorkeurskaart" (nummer 400) voor de markt aan de Lindengracht. Een voorkeurskaart gaf een marktkoopman het recht op een vaste, vaak gunstige staanplaats.
De adviseur raadt de Inspecteur van het Marktwezen aan om dit verzoek af te wijzen. De reden hiervoor is dat De Wilde in het verleden geen gebruik heeft gemaakt van zijn marktplaats, zelfs niet in de periode dat zijn vrouw gezond was. Dit suggereert dat De Wilde mogelijk de ziekte van zijn vrouw als excuus heeft gebruikt voor zijn afwezigheid, maar dat de adviseur doorziet dat hij ook daarvóór al niet kwam opdagen. Op basis van "billijkheid" (rechtvaardigheid tegenover andere kooplieden die wel trouw hun plaats bezetten) wordt geadviseerd de aanvraag af te wijzen. Het woord "niet" is door de schrijver onderstreept om de nadruk op de afwijzing te leggen. Het document dateert van 3 november 1939. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was in de Tweede Wereldoorlog (die in september 1939 was uitgebroken), was er al sprake van mobilisatie en toenemende schaarste, wat een strakke regulering van de markthandel noodzakelijk maakte.
De Lindengracht is een bekende straat in de Amsterdamse Jordaan waar nog steeds een wekelijkse markt wordt gehouden. De term "Marktwezen" verwijst naar de gemeentelijke instantie die verantwoordelijk was voor het beheer van de markten, het toewijzen van plaatsen en het handhaven van de marktreglementen. In een tijd van economische onzekerheid waren vaste staanplaatsen zeer gewild, en de autoriteiten hanteerden strenge regels om te voorkomen dat plaatsen onbezet bleven terwijl andere kooplui op de wachtlijst stonden.