Brief (doorslag/afschrift van een getypt origineel).
Origineel
Brief (doorslag/afschrift van een getypt origineel). 17 mei 1944. H. Wijnschenk, Amstelveld 7, Amsterdam Z. [Briefhoofd]
A F S C H R I F T .
H. WIJNSCHENK. Amsterdam Z, 17 Mei 1944.
Amstelveld 7 Telefoon 91639.
[Adres]
Bedrijfschap voor Visscherijproducten
Ter Attentie van den Heer Haasnoot
2e Adelheidstraat 300
's-GRAVENHAGE.
[Inhoud]
Mijnheer,
Betreft: Behandeling onzer viszendingen op de Amsterdamse Visafslag.
Hiermede vestigen wij Uw aandacht op de volgende feiten: Sinds de Amsterdamse Visafslag veel vis van Scheveningen betrekt, heeft deze afslag in Scheveningen een commissie afgevaardigd voor het controleren van de partijen vis bestemd voor Amsterdam, hetgeen o.i. totaal overbodig is. De Amsterdamse afslag wenst nu alle kleinhandelaren van Amsterdam op de door hen betrokken Scheveningse vis een cent per pond te doen betalen om met de opbrengst hiervan de kosten van bovengenoemde commissie te betalen.
Onze kleinhandelsfirma's in Amsterdam zijn de enige, die hiermede niet accoord gegaan zijn en dus deze cent niet willen betalen, daar het hoofd van de Prijsbeheersing ons mededeelde, dat zulks niet geoorloofd is. Het zou ons aangenaam zijn, indien U ons Uw standpunt in deze aangelegenheid zoudt willen bekend maken.
Intussen voeren wij aan, dat de Amsterdamse Visafslag ons nu op allerhande manieren moeilijkheden tracht te bereiden. Zo werd o.a. deze week van ons 11 halve K.G. bot afgekeurd, welke zogenaamd te mager waren; verder constateerde de Amsterdamse afslag plotseling op een kabeljauw zending uit IJmuiden 10 K.G. ondergewicht, hetgeen totaal onmogelijk is, aangezien de manden in IJmuiden op 52½ K.G. gewogen worden en per auto reeds één of twee uur later aan de afslag te Amsterdam worden afgeleverd. Ook werden wij deze week bij een partij vis op de afslag te Amsterdam geroepen met de mededeeling, dat onder de partij schol III zich een mand schol IV bevond.
Wij controleerden dit geval en bevonden, dat zich waarschijnlijk 4 à 5 stuks kleine scholletjes op een mand schol III bevonden, welke er opgelegd waren. Wij lieten de mand omkeren en met de maatstok nameten en bleek er in totaal nog geen 2% schol IV in deze mand te zitten.
Wij kunnen nog een hele reeks van dergelijke gevallen aanhalen, doch zien daar op deze plaats van af. Wij zou-
[Onderaan rechts]
z.o.z.
[Handgeschreven tekst in marge]
Hierover reeds d.d. [?] n.r.l. geklaagd m.d. dat binnen is kort mogelijk hersteld. In deze brief beklaagt de Amsterdamse vishandelaar H. Wijnschenk zich bij het Bedrijfschap voor Visscherijproducten over de handelwijze van de Amsterdamse Visafslag. De kern van het conflict is tweeledig:
- Financieel geschil: De afslag heft een extra vergoeding van één cent per pond op vis uit Scheveningen om een controlecommissie te financieren. Wijnschenk weigert dit te betalen, gesteund door de instantie voor "Prijsbeheersing", die de heffing ongeoorloofd vindt.
- Vermeende pesterijen: Wijnschenk stelt dat de afslag hem dwarsboomt als vergelding voor zijn weigering. Hij noemt drie voorbeelden: onterechte afkeuring van bot, een dubieus gewichtsverlies bij een zending kabeljauw uit IJmuiden, en een vermeende verkeerde sortering van schol (schol III vs. schol IV).
De toon is zakelijk maar verontwaardigd. Het gebruik van "o.i." (onzes inziens) en de gedetailleerde weergave van gewichten en percentages onderstreept de professionele frustratie van de handelaar. De datum van de brief, 17 mei 1944, is cruciaal. Nederland bevindt zich in de laatste fase van de Duitse bezetting. De voedselvoorziening en handel stonden onder strikte controle van de bezetter via organen zoals het 'Bedrijfschap' en de 'Prijsbeheersing'. Vis was een essentieel onderdeel van het schaarse dieet.
Het conflict laat zien hoe de bureaucratie en de schaarste leidden tot spanningen tussen verschillende schakels in de keten (vissers, afslagen en handelaren). De vermelding van IJmuiden en Scheveningen duidt op de aanvoerroutes die ondanks de oorlogsomstandigheden en de Atlantikwall (die de toegang tot de kust beperkte) nog functioneerden. De "Prijsbeheersing" was een overkoepelend orgaan dat moest voorkomen dat handelaren misbruik maakten van de schaarste door prijzen op te drijven, maar in dit geval wordt het door de handelaar juist als schild gebruikt tegen een ongewenste afdracht aan de afslag. H. Wijnschenk Bedrijfschap