Doorslag van een ambtelijke brief
Origineel
Doorslag van een ambtelijke brief 28 mei 1943 De Directeur (waarschijnlijk van "Imex") Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier") 46b/16/17 M. [handgeschreven in blauw: exh] 28 Mei 1943. vD/SV
Vischverdeeling
"Imex"
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
<u>A l h i e r.</u>
Voor de goede orde heb ik de eer
U naar aanleiding van Uw brief d.d.
21 Mei no. 330 L.M. 1943 te berichten,
dat de "Imex" de toewijzingen van de
7 Joodsche kleinhandelszaken thans als
volgt over 3 winkels heeft verdeeld.
Drukker }
L.Biet } in perceel Amstelveld 7
Wijnschenk }
Goudsketting } in perceel
Peper } Utrechtsche-
Hollandsche Vischhandel } straat 73
Locher in perceel Ruysdaelstraat. 31
De Directeur, Dit document is een administratieve kennisgeving betreffende de herverdeling van de visvoorziening voor de Joodse bevolking in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog.
De kernpunten van de analyse zijn:
* Consolidatie: Zeven Joodse kleinhandelszaken worden hier samengevoegd op slechts drie locaties. Dit was een direct gevolg van de anti-Joodse maatregelen waarbij Joodse ondernemers werden gedwongen hun zelfstandige bedrijfsvoering op te geven of samen te voegen in specifieke wijken/panden.
* Genoemde personen/zaken: De genoemde namen (Drukker, L. Biet, Wijnschenk, Goudsketting, Peper, Locher) betreffen Joodse vishandelaren. De "Hollandsche Vischhandel" is hierbij de vierde naam in de tweede groep.
* Locaties: De adressen Amstelveld 7, Utrechtsestraat 73 en Ruysdaelstraat 31 fungeerden op dat moment als centrale distributiepunten voor vis voor de Joodse gemeenschap.
* De "Imex": De N.V. Imex (Import-Export) speelde een centrale rol in de visdistributie tijdens de bezetting en werkte nauw samen met het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening en de gemeentelijke instanties. In mei 1943 bevond de vervolging van de Joden in Nederland zich in een terminale fase. Terwijl de deportaties uit Amsterdam in volle gang waren, probeerden de overgebleven Joodse inwoners nog te overleven onder een strikt regime van rantsoenering en beperkende maatregelen.
Joden mochten alleen winkelen bij Joodse winkels gedurende beperkte uren. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" (destijds de pro-Duitse wethouder Smit) hield toezicht op de distributie. Het feit dat de vishandel van zeven ondernemers wordt teruggebracht naar drie locaties getuigt van de krimpende Joodse gemeenschap en de toenemende isolatie en controle door de bezetter en het collaborerende stadsbestuur. De meeste personen die in dit document worden genoemd, zouden de oorlog niet overleven.