Ambtelijke notitie/getuigenverklaring betreffende marktplaatsrechten.
Origineel
Ambtelijke notitie/getuigenverklaring betreffende marktplaatsrechten. Gedateerd 21 april 1944 (bovenaan) en 27 april 1944 (onderaan). Kantlijnnotitie van 1 mei 1944. [Bovenaan:]
No: 46 6/5g/1.16 1944 21/4
[Hoofdtekst:]
Den heer Inspecteur van het Marktwezen
Alhier
M.C. Haan heeft tijdens mijn aanwezigheid
voorheen enkele jaren geleden op de Lindengracht steeds
des Zaterdags gebruik van plaats gemaakt voor
den verkoop van gerookte aal.
A’dam, 27 April ’44
[Kantlijn links, verticaal:]
Het is mij bekend dat
J.C. Haan indertijd op de markt
heeft gestaan.
de Vries
1-5-44.
[Onderaan, diverse handen/aantekeningen:]
de Vries
Kan alleen wanneer uit hist. boeken
Regst. (Zaterd.) blijkt dat Haan
plaats heeft bezet; dus laat
boeken – 1939
– 1940 nagaan.
[Handtekening/Paraaf]: de ambt. [onleesbaar] Dit document is een intern schrijven van de gemeente Amsterdam (Marktwezen) uit het voorjaar van 1944. De kern van de zaak is het vaststellen van de historische rechten van een zekere M.C. Haan op een marktplaats aan de Lindengracht voor de verkoop van gerookte paling op zaterdagen.
De hoofdschrijver verklaart dat Haan "enkele jaren geleden" daar inderdaad stond. In de kantlijn bevestigt een andere ambtenaar (De Vries) dit op 1 mei 1944, al noemt hij de initialen "J.C. Haan".
Onderaan is een ambtelijke instructie toegevoegd: de mondelinge getuigenis is niet voldoende. Er moet in de "historische boeken" (de officiële marktregisters) van 1939 en 1940 worden nagegaan of Haan inderdaad geregistreerd stond voor die plek. Dit wijst op een strikte bureaucratische controle op standplaatsrechten, zelfs tijdens de oorlogsjaren. De Lindengrachtmarkt in de Jordaan is een van de oudste en bekendste markten van Amsterdam. Gerookte aal (paling) was een traditioneel product dat daar veelvuldig werd verkocht.
De datum, april/mei 1944, is significant. Nederland was bezet door Nazi-Duitsland en de voedselschaarste nam toe. Desondanks bleef het gemeentelijk apparaat, inclusief de administratie van het Marktwezen, functioneren. Het behouden of terugkrijgen van een officiële standplaats was in deze periode van cruciaal belang voor de voedselvoorziening en het levensonderhoud van de marktkoopman. Het feit dat men teruggreep op de boeken van 1939 en 1940 toont aan dat de situatie van vóór de oorlog als het wettelijke referentiepunt werd beschouwd voor het toewijzen van rechten. J.C. Haan M.C. Haan Gemeente Amsterdam Marktwezen