Archiefdocument
Origineel
31 mei 1943. De Directeur (vermoedelijk van een plaatselijk bureau voor de voedselvoorziening/distributie). extra
45b/176/4 M. 31 Mei 1943.
Den Heer Directeur der
Nederlandsche Visscherij
Centrale,
2e Adelheidstraat 300,
's-Gravenhage (ZH)
Naar aanleiding van Uw brief d.d.
12 dezer no.12697/V/Vij bericht ik U, dat
het verzoek van S.C.Marinus Jr. om hem in
de verdeeling te Amsterdam op te nemen,
is behandeld in een vergadering der Ver-
deelcommissie, alhier. Deze Commissie
adviseert om niet aan het verzoek te vol-
doen, aangezien Marinus in de basisjaren
niet als zelfstandig kleinhandelaar is
werkzaam geweest. Hij was wel in den visch-
handel werkzaam, doch als knecht bij groot-
en kleinhandelaren.
Op grond hiervan geef ik U in over-
weging op het onderhavige verzoek afwijzend
te beschikken.
De Directeur, De kern van deze brief is de afwijzing van een verzoek van een zekere S.C. Marinus Jr. om te worden opgenomen in de visdistributie ("verdeeling") in Amsterdam. De lokale 'Verdeelcommissie' heeft de aanvraag getoetst en negatief geadviseerd.
De reden voor de afwijzing is puur bureaucratisch en historisch onderbouwd: de aanvrager werkte tijdens de zogeheten 'basisjaren' (de referentieperiode van vóór de oorlog) niet als zelfstandig ondernemer. Hoewel hij wel ervaring had in de vissector, was dit slechts in loondienst ("als knecht"). In het strikte distributiesysteem van de bezettingstijd kregen over het algemeen alleen degenen die vóór de oorlog reeds een zelfstandig bedrijf voerden, een vergunning of toewijzing. Dit document stamt uit mei 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van een geleide economie met een streng distributiestelsel voor vrijwel alle levensmiddelen, waaronder vis.
Organisaties zoals de Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC) hielden toezicht op de sector. Om de schaarste te beheersen, werd de markt bevroren: alleen bestaande ondernemers mochten blijven opereren. De "basisjaren" dienden als ijkpunt om te voorkomen dat nieuwe gelukszoekers of ongekwalificeerden de markt betraden, maar het diende ook om de controle van de bezetter op de economische stromen te vergemakkelijken. Het document toont de onverbiddelijkheid van de bureaucratie, waarbij iemands professionele verleden als werknemer hem blokkeert om tijdens de oorlogsjaren een zelfstandig bestaan op te bouwen. S.C. Marinus