Zakelijke correspondentie (doorslag of archiefkopie van een getypte brief).
Origineel
Zakelijke correspondentie (doorslag of archiefkopie van een getypte brief). 10 mei 1944 (verzonden op 11 mei 1944). Directeur van een niet nader genoemde instantie (waarschijnlijk een gemeentelijke dienst, gezien de referentie naar 'Marktwezen'). 63/2/3M. J/SV.
[Handgeschreven:] Verzonden 11/5
Uw ref.Hm/G.
0/95500/553
Doss.2446.
10 Mei 1944.
Den Heer Directeur van het
Werkspoor,
Oostenburgermiddenstraat 62
Amsterdam-Centrum.
In antwoord op Uw brief d.d. 29
April 1944 deel ik U mede, dat naar aan-
leiding van Uw verzoek van 31 Maart jl.,
door den Chef van den Technischen Dienst
van Marktwezen met een Uwer heeren over
het betreffende kwantum ijzer werd getele-
foneerd.
Als gevolg van dit telefonisch ge-
sprek ontving U met mijn brief van 12
April 1944 de aanvraagformulieren A ter
afstempeling door Uw materiaalbezuinigings-
ingenieur. De formulieren zijn inmiddels
naar den contingenthouder doorgezonden, zoo-
dat thans de eventueele toewijzingen moeten
worden afgewacht.
De Directeur, * Onderwerp: De brief handelt over de aanvraag en toewijzing van een bepaalde hoeveelheid ("kwantum") ijzer.
* Bureaucratie in oorlogstijd: De brief illustreert de strikte regulering van grondstoffen tijdens de Duitse bezetting. Er is sprake van "aanvraagformulieren A", een "materiaalbezuinigings-ingenieur" (wiens stempel nodig was om verspilling tegen te gaan) en een "contingenthouder" die de uiteindelijke toewijzing beheerde.
* Bedrijfsvoering: Werkspoor (voluit: Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel) was een van de grootste industriële werkgevers in Amsterdam. Het feit dat zij via officiële weg ijzer moesten aanvragen, duidt op de schaarste aan metalen in de laatste oorlogsjaren.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is formeel en ambtelijk ("jl.", "Uwer heeren", "zoodat"). De spelling is conform de toen geldende spelling-De Vries en Te Winkel (bijv. "Maart", "eventueele"). In mei 1944 bevond Nederland zich in de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog. De economie was volledig gericht op de Duitse oorlogsvoering, maar de aanvoer van grondstoffen stagneerde door geallieerde bombardementen en algemene schaarste. Grote bedrijven zoals Werkspoor stonden onder toezicht en waren afhankelijk van distributiebonnen of "contingenten" voor materialen zoals ijzer en staal. De "materiaalbezuinigings-ingenieur" was een specifieke functie die moest toezien op het uiterst efficiënt gebruik van schaarse materialen, vaak onder druk van de bezetter. De locatie, Oostenburgermiddenstraat, vormde het hart van de Amsterdamse zware industrie.