Fragment van een officiële ambtelijke brief (waarschijnlijk een doorslag of dossierkopie).
Origineel
Fragment van een officiële ambtelijke brief (waarschijnlijk een doorslag of dossierkopie). Ten slotte deel ik U mede, dat U uit dit schrijven nimmer
eenig recht tot het innemen van deze ligplaats zult kunnen ont-
leenen.
vM-
De Burgemeester van Amsterdam,
(get) Voûte
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
[Handgeschreven toevoegingen:]
* Midden boven de functie 'De Burgemeester': Een onduidelijke paraaf of krabbel in blauwe inkt.
* Links onderaan: Een handgeschreven paraaf, mogelijk leesbaar als "f.v." of "J.v.G.". De tekst bevat een juridisch voorbehoud (disclaimer). De ontvanger wordt erop gewezen dat de correspondentie waar dit fragment uit voortkomt, niet kan worden gebruikt als bewijs voor een verkregen recht op een specifieke ligplaats. Dit suggereert dat de brief mogelijk een tijdelijke gedoogbeslissing was of een antwoord op een verzoek, waarbij de gemeente haar handen vrij wilde houden voor toekomstige handhaving of herindeling van ligplaatsen.
Het gebruik van de aanduiding "(get.)" vóór de namen van Voûte en Franken bevestigt dat we hier kijken naar een administratieve kopie voor het archief. Het origineel, dat naar de burger is gestuurd, zou de werkelijke handtekeningen hebben bevat. De handgeschreven paraaf in het midden is waarschijnlijk van een ambtenaar die belast was met het opstellen of controleren van de kopie. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Edward Voûte werd in maart 1941 door de bezetter aangesteld als burgemeester van Amsterdam nadat zijn voorganger (W. de Vlugt) was ontslagen. Hoewel Voûte geen lid was van de NSB, leidde hij het stadsbestuur in een tijd van verregaande collaboratie en administratieve controle door de Duitse autoriteiten.
De bureaucratie ging tijdens de bezetting in veel opzichten 'gewoon' door. Dossiers over alledaagse zaken zoals ligplaatsen voor schepen en woonboten in de Amsterdamse grachten en havens werden volgens de geldende ambtelijke normen afgehandeld, zoals dit strikt geformuleerde fragment laat zien. De brief weerspiegelt de formele, autoritaire toon die de Amsterdamse overheid in die periode hanteerde.