Ambtelijk schrijven / brief van de Directeur van de Centrale Markt aan de Wethouder voor de Levensmiddelen.
Origineel
Ambtelijk schrijven / brief van de Directeur van de Centrale Markt aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. 4 oktober 1944. [Handgeschreven aantekeningen bovenin: Vrnunder 7/10 Hmuller]
66/13/2M. VB/SV.
4 October 1944.
verhuring cantine
hal aan Ned. Midden-
standsbank.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat de met de Nederlandsche Middenstandsbank aangegane huurovereenkomst inzake een kantoorruimte aan de Zuidzijde van de hal, eerste verdieping, op de Centrale Markt (vide Besluit van den Burgemeester d.d. 10 December 1943 no. 1005 L.M.1943) op 1 October aanstaande expireert.
Onder verwijzing naar mijn brief d.d. 30 November 1943 no. 66/17/3M. kan ik U meedeelen, dat de geldende huurprijs ad f. 1250.- per jaar, ingevolge gepleegd overleg met het Hoofd van het Prijzenbureau voor Onroerende Zaken mag worden verhoogd tot f. 1800.- per jaar. Na terzake door mij met de Directie van de Nederlandsche Middenstandsbank gevoerde besprekingen, heeft genoemde Directie zich bereid verklaard de huur voor een jaar te verlengen tegen dezen verhoogden huurprijs. Zij heeft echter voorgesteld, teneinde de uitoefening van haar bedrijf op de Centrale Markt op een minder wankelen basis te zien geplaatst, dat de clausule aangaande de tusschentijdsche ontbinding van de overeenkomst voorkomende in artikel 8 van het bestaande contract in het nieuwe af te sluiten contract niet wordt opgenomen. Een dergelijke clausule komt in geen enkele overeenkomst met huurders van kantoorruimten op de Centrale Markt voor. Gezien de belangrijkheid van de taak der Middenstandsbank op de Centrale Markt komt het mij billijk voor op dit voorstel in te gaan. De redactie van artikel 8 ware te lezen als volgt:
De huurster zal voor het tijdelijk gemis van het gebruik van het gehuurde of een deel van het gehuurde uit welke oorzaak ook, geen recht hebben op schadevergoeding van de zijder der verhuurster.
Ik heb de eer U te verzoeken wel te willen bevorderen, dat bij Besluit van den Burgemeester, gerekend te zijn ingegaan 1 October 1944, de met de Nederlandsche Middenstandsbank aangegane huurovereenkomst inzake een kantoorruimte aan de Zuidzijde van de hal, eerste verdieping, op de Centrale Markt, voor den tijd van een jaar te verlengen op de voorwaarde als in het bestaande contract vervat, behoudens den huurprijs, welke wordt gesteld op f. 1800.- per jaar en de boven voorgestelde wijziging van artikel 8.
De Directeur, * Zakelijke inhoud: De kern van de brief is het voorstel om het huurcontract met de Nederlandsche Middenstandsbank (NMB) te verlengen. Er zijn twee belangrijke wijzigingen: een significante huurverhoging (van 1250 naar 1800 gulden, bijna 45%) en het schrappen van een opzeggingsclausule voor de verhuurder in artikel 8.
* Onderbouwing: De directeur voert aan dat de huurverhoging is goedgekeurd door het Prijzenbureau en dat de bank meer zekerheid wenst ("minder wankelen basis"). Hij stelt dat de gewenste wijziging van artikel 8 (geen tussentijdse ontbinding) in lijn is met andere contracten op de markt.
* Juridisch/Bestuurlijk: De tekst hanteert een strikt formele stijl ("heb ik de eer U te berichten"). Er wordt verwezen naar eerdere correspondentie en een burgemeestersbesluit, wat duidt op een zorgvuldige administratieve vastlegging. * Tijdsgewricht: De brief is gedateerd op 4 oktober 1944. Dit is een zeer precaire periode in de Nederlandse geschiedenis (tijdens de bezetting, kort na Dolle Dinsdag en aan het begin van de Hongerwinter). De Centrale Markt in Amsterdam speelde een cruciale rol in de voedselvoorziening van de stad.
* De Bank: De Nederlandsche Middenstandsbank (een voorloper van de ING) verzorgde waarschijnlijk de financiële afwikkeling voor de handelaren op de markt. De directeur benadrukt de "belangrijkheid van de taak" van de bank, wat verklaart waarom hij bereid is mee te gaan in hun eisen voor meer contractzekerheid.
* Gemeentebestuur: De brief is gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. In deze oorlogsjaren was de controle op prijzen en voedseldistributie extreem streng. Het feit dat de normale administratieve procedures voor huurverlenging gewoon doorliepen, toont de continuïteit van het ambtelijk apparaat, zelfs onder extreme oorlogsomstandigheden.