Archiefdocument
Origineel
30 september 1944. Prijzenbureau voor Onroerende Zaken in het ambtsgebied Amsterdam (gevestigd aan de Stadhouderskade 2). Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam. PRIJZENBUREAU VOOR ONROERENDE ZAKEN
IN HET AMBTSGEBIED AMSTERDAM
Amsterdam 30 September 1944
Stadhouderskade 2
Nº 66/13/3
M. 1944 3/10
TELEFOON No. 80505
Verzoeke bij beantwoording dagteekening en no. van dit schrijven te vermelden.
No.: 2477 II M/802
Onderwerp:
Bijlagen:
Naar aanleiding van Uw verzoek om inlichtingen betreffende de huur van de kantoorruimte gelegen in een gedeelte van de cantine in de Hal op de Centrale Markt, Jan van Galenstraat, alhier, welk verzoek was vervat in Uw brief dd. 14 September j.l., No. 66/13/1M SV, merk ik het volgende op:
- Volgens verkregen inlichtingen was genoemd gebouw op 9 Mei 1940 niet als kantoor in gebruik, zoodat de huurprijs van bovenstaand object op dien datum niet bekend is.
- Ingevolge artikel 2, lid 3, eerste zin, van het Huurprijsbesluit-1940 dient derhalve voor het object die huurprijs te worden vastgesteld, welke als de op 9 Mei 1940 redelijke en gebruikelijke kan worden beschouwd.
- Sedert 1 October 1942 wordt een huur van f. 1250.- per jaar geïnd, welk bedrag lager dan normaal kan worden geacht.
Op grond van het bovenstaande deel ik U mede, dat U mijns inziens niet in overtreding zijt van de desbetreffende bepaling, indien U voor bovengenoemd object, verhuurd aan de Nederlandsche Middenstandsbank, een huur int, welke niet hooger is dan f. 1800.- per jaar. In dit bedrag is de vergoeding voor het leveren van water en centrale verwarming begrepen.
Ik deel U voorts mede, dat laatstgenoemd bedrag niet eerder mag
Aan den Heer Directeur van het Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14
AMSTERDAM W.-
343a - 8 - '43 (A) 22039 - K 983 Dit document is een ambtelijke brief waarin een bindend advies of besluit wordt gegeven over de maximaal toelaatbare huurprijs voor een specifieke kantoorruimte. De ruimte bevindt zich in de kantine van de Centrale Markthal in Amsterdam en wordt verhuurd aan de Nederlandsche Middenstandsbank (de voorloper van de huidige ING).
Kernpunten:
* Juridische basis: Er wordt verwezen naar het Huurprijsbesluit-1940. Dit besluit was bedoeld om prijsopdrijving tijdens de bezettingsjaren tegen te gaan door huren te bevriezen op het niveau van mei 1940.
* Probleemstelling: Omdat het pand op 9 mei 1940 geen kantoorfunctie had, was er geen referentiehuurprijs. Daarom moet er een "redelijke en gebruikelijke" prijs worden bepaald.
* Conclusie: De huidige huur van 1250 gulden wordt als te laag beschouwd. Het Prijzenbureau staat een verhoging toe tot maximaal 1800 gulden per jaar, inclusief servicekosten (water en verwarming). De datum van de brief, 30 september 1944, is historisch saillant. Nederland bevond zich midden in de Tweede Wereldoorlog. Terwijl Zuid-Nederland op dit moment al grotendeels bevrijd was, zat Amsterdam nog in de greep van de bezetter en stond de stad aan de vooravond van de Hongerwinter.
Het document illustreert hoe de bureaucratie en de civiele administratie, ondanks de oorlogsomstandigheden en de naderende chaos, nauwgezet bleven functioneren. Het Prijzenbureau hield strikt toezicht op de naleving van economische verordeningen zoals het Huurprijsbesluit, dat door de Duitse bezetter was ingesteld om de inflatie te beheersen. De locatie, de Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat, was (en is nog steeds) een cruciaal logistiek punt voor de voedselvoorziening van Amsterdam. Marktwezen