Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 16 februari 1944. G. Haats, Borgerstraat 175 hs, Amsterdam. [Stempel linksboven:] № 76/1/1
[Stempel midden:] M. 1944 17/2
[Rechtsboven:] 824.
A. dam 16 Febr. '44
Mijne Heren j.l. 10 Febr.
kreeg ik bericht dat
mijn standplaats
Jan Evertsenstr. werd
ingetrokken zeer tot
mijn spijt daar ik de
bepalingen om deze
plaats te behouden
niet wist. Ik had sinds
November 1943 niet meer
op mijn plaats gestaan.
en dacht zoodoende dus
geen schuld te maken.
Gaarne zal ik deze
schuld voldoen met
het verzoek mijn oude
plaats weer in te nemen.
Bij voorbaat u dankend
voor medewerking
G. Haats
Borgerstr. 175. hs. 26 * Onderwerp: Bezwaar tegen het intrekken van een marktvergunning (standplaats).
* Inhoud: De schrijver, G. Haats, reageert op een bericht van 10 februari waarin staat dat zijn standplaats op de Jan Evertsenstraat is ingetrokken. Hij voert als reden voor zijn afwezigheid aan dat hij niet op de hoogte was van de geldende regels (bepalingen). Hij dacht dat hij geen stageld verschuldigd was als hij de plek niet fysiek innam. Hij biedt aan de opgebouwde schuld alsnog te betalen in ruil voor het behoud van zijn plek.
* Stijl en Toon: De brief is geschreven in een formele, beleefde toon ("Mijne Heren", "zeer tot mijn spijt", "bij voorbaat u dankend"). De spelling is conform de tijd (bijv. "zoodoende"). Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog (februari 1944). De Jan Evertsenstraat was en is een belangrijke winkelstraat in Amsterdam-West. De brief is waarschijnlijk gericht aan het gemeentelijk bureau voor het Marktwezen.
De situatie weerspiegelt de economische en administratieve striktheid van die tijd. Standplaatshouders moesten vaak precariorechten of stageld betalen, ongeacht of ze er stonden, om hun recht op de plek te behouden. Gezien de datum (vlak voor de hongerwinter) en de schaarste aan goederen, kan de afwezigheid van de koopman sinds november 1943 duiden op een gebrek aan handelswaar of persoonlijke omstandigheden door de oorlog. De stempels duiden op een nauwkeurige registratie door de gemeentelijke bureaucratie onder toezicht van de bezetter.