Strafbeschikking (afschrift).
Origineel
Strafbeschikking (afschrift). 16 februari 1944. HEEFT GOEDGEVONDEN:
de(n) verdachte te veroordeelen tot betaling van een geldboete van :
vijftig gulden (f. 50.--)
de(n) verdachte te veroordeelen in de kosten ten beloope van f 200.-- overeen-
komstig de bepalingen van het „Tarief voor Tuchtstrafproceskosten” van 23 Jan. '42;
Totaal derhalve f 250.--
~~verbeurd te verklaren de bij proces-verbaal van den~~ 194
~~inbeslaggenomen goederen~~
te bepalen dat:
verdachte's zaak zal zijn gesloten gedurende twee jaren, ingaande 21 Februari 1944
dat het verdachte in dat tijdvak verboden is handel te drijven in groenten en fruit, en in dien handel werkzaam te zijn;
dat deze strafbeschikking zal worden openbaar gemaakt door middel van de pers.
te bepalen, dat deze strafbeschikking uitvoerbaar is bij lijfsdwang,
~~te bepalen, dat~~
Amsterdam, den 16 FEB. 1944 194
De Inspecteur voornoemd,
w.g. Mr. H.J.F. Koning;
Voor eensluidend afschrift:
(Handtekening/Paraaf)
BETALING van de opgelegde boete plus de verschuldigde kosten moet geschieden binnen acht dagen na de uitreiking der strafbeschikking uitsluitend door storting of overschrijving op postrekening No 408874 van de Inspectie voor de Prijsbeheersing te Amsterdam, onder vermelding van nummers en letters van dit gerechtelijk schrijven. Bij gebreke hiervan volgt tenuitvoerlegging der strafbeschikking.
BEROEP tegen strafbeschikkingen is mogelijk:
a. indien is opgelegd een geldboete van meer dan f 500.—, al of niet met een bijkomende straf;
b. indien is opgelegd een geldboete van f 500.— of minder, mits daarbij een bijkomende straf is opgelegd, uitgezonderd de bijkomende straf van openbaarmaking.
De verplichting tot betaling van tuchtstrafproceskosten is geen bijkomende straf.
Beroep moet binnen veertien dagen na de uitreiking der strafbeschikking worden ingesteld bij een door den veroordeelde onderteekend beroepschrift, hetwelk moet worden ingediend bij den Gemachtigde voor de Prijzen te Deventer of bij den Inspecteur voor de Prijsbeheersing, door wien de beschikking in eersten aanleg genomen werd.
N.B. Een in te stellen beroep schort de tenuitvoerlegging der strafbeschikking niet op. * Tuchtstraf: De straf is opgelegd op basis van het economisch tuchtrecht. Opvallend is dat de proceskosten (f 200) viermaal zo hoog zijn als de eigenlijke boete (f 50).
* Bijkomende straffen: De zwaarste straf in dit document is niet de geldboete, maar de sluiting van de zaak voor twee jaar en het verbod om in de sector (groenten en fruit) werkzaam te zijn. Dit betekende in feite een beroepsverbod.
* Publiciteit: De bepaling dat de straf in de pers openbaar gemaakt wordt, diende als afschrikking (generalpreventie) voor andere handelaren.
* Lijfsdwang: Het document vermeldt expliciet dat bij niet-betaling lijfsdwang (hechtenis) kan worden toegepast. Dit document stamt uit februari 1944, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Vanwege de oorlogsschaarste en distributiebonnen was er een strikte controle op prijzen om woekerprijzen en de zwarte markt tegen te gaan. De Inspectie voor de Prijsbeheersing hield hier toezicht op. De veroordeelde was waarschijnlijk een handelaar in groenten en fruit die zich niet aan de vastgestelde prijzen of distributieregels had gehouden. Het feit dat beroep aangetekend moest worden in Deventer (bij de Gemachtigde voor de Prijzen) wijst op de gecentraliseerde economische controle-organen die in die tijd waren opgezet. H.J.F. Koning N.B. Een