Officieel rapport / proces-verbaal van diefstal.
Origineel
Officieel rapport / proces-verbaal van diefstal. Directeur van het Marktwezen. Wethouder voor de Levensmiddelen (Amsterdam). Behoort bij brief d.d.15 Februari 1944 No.77/8/3 M. aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van de Directeur van het Marktwezen.
No. 77/8/1 M. 1944 14/2 R A P P O R T :
Op Donderdag 10 Februari 1944, des namiddags te ongeveer 5.30 n.m. constateerde ik, contrôleur Boon, dat de deur van pakhuis B3 (firma Boers) open stond. Ik begaf mij naar binnen en trof daar de knecht genaamd Jan van Staalduinen aan. Staalduinen deelde mij mede dat hij omstreeks 4 uur n.m. zijn pakhuis had verlaten; toen hij het pakhuis op hierboven genoemde tijd verliet stonden er 55 kisten met sinaasappelen van 25 Kg. voor de klanten gereed. Op 't moment dat ik rapporteur het pakhuis binnen kwam circa 5.30 uur stonden er nog 49 kisten met sinaasappelen. Staalduinen maakte mij opmerkzaam dat een partij ledige kisten welke in het pakhuis tegen het rolluik hadden gestaan, verplaatst waren. Bij onderzoek bleek mij het volgende: Volgens mij is de vermoedelijke dader door het raampje van de W.-C. gekropen, heeft het ledige fust opzij gezet, het luik opgedraaid en de kisten met sinaasappelen op dien manier laten verdwijnen. Het was ons opgevallen dat omstreeks 4.30 uur, drie personen netjes gekleed het terrein der Centrale Markt waren opgegaan. Deze personen waren: Jochem van Staalduinen, R.J.Coenen en Dolf Brouwer, alle drie werkzaam op de Centrale Markt. Aangezien de sinaasappelen volgens ons het terrein niet verlaten konden hebben, hebben wij, contrôleur Hoek en rapporteur, direct een onderzoek ingesteld. Wij gingen van het standpunt uit dat ze in een ander pakhuis opgeborgen moesten zijn. Wij hebben de sleutels van de omliggende pakhuizen van de sleutelkamer gehaald en zijn, op vermoeden, dat voornoemde drie personen wel eens meer van deze zaak konden weten, eerst in pakhuis B 2 (L.van Smeerdijk) gaan zoeken. Inderdaad vonden wij daar voornoemde zes kisten met sinaasappelen, verborgen onder rietmatten, op de zolder. Daarna is ten eerste door ons gehoord een persoon die opgaf genaamd te zijn:
ROBERT JOHANNES COENEN, geboren te Amsterdam 16 Juli 1909, knecht bij Firma Boers, wonende Ch.de Bourbonstraat 30 III te Amsterdam. Hij verklaarde als volgt: "Hedenmiddag omstreeks 4.15 uur n.m. ben ik op het terrein der Centrale Markt geweest en heb terhoogte van pier B een poos staan te kijken. Jochem van Staalduinen kwam naar mij toe en deelde mij mede, dat hij van plan was van uit pakhuis B 3 een partij sinaasappelen te ontvreeemden, doch ik heb het hem afgeraden en heb verder niets gezien." Daarna hoorden wij;
JOCHEM PIETER van STAALDUINEN, geboren te Maassluis ZH. 28 Januari 1926, knecht Firma Boers en wonende Gilles van Ledenberghstraat 41 II te Amsterdam. Hij verklaarde als volgt: "Hedenmorgen hadden wij Coenen, Brouwer en ik afgesproken dat wij sinaasappelen vanuit het pakhuis van mijn patroon zouden ontvreeemden, te verkoopen en de opbrengst met ons drieën zouden deelen. Omstreeks 4.30 uur n.m. zijn wij het terrein der Centrale Markt opgegaan, eerst Brouwer en ik, daarna Coenen. Coenen heeft op de uitkijk gestaan. Ik ben door het raampje van de W-C. geklommen, heb het rolluik van de achterzijde van pakhuis B 3 opgedraaid en boven genoemde zes kisten sinaasappelen aan Brouwer gegeven, die ze gelijk in zijn pakhuis B 2 heeft gezet. Daarna hebben Brouwer en ik (Jochem van Staalduinen) ze op de zolder van pakhuis B 2 onder de rietmatten verstopt en zijn heengegaan. Het was de bedoeling ze te verkoopen en de opbrengst met ons drieën te verdeelen". Daarna hoorden wij nogmaals Coenen, die toegaf dat hetgeen van Staalduinen verklaard had, juist was, en dat hij inderdaad op de uitkijk had gestaan. Als laatste hoorden wij een persoon die opgaf te zijn genaamd: RUDOLF BROUWER, geboren te Amsterdam 25 December 1904, knecht bij Firma L. van Smeerdijk B 2, wonende Vespueiusstraat 81 II te Amsterdam. Nadat wij Brouwer het een en ander hadden medegedeeld verklaarde hij inderdaad behulpzaam te zijn geweest bij het ontvreeemden van boven omschreven sinaasappelen, waarvan hij na verkoop een derde gedeelte ontvangen zou hebben.
[Handgeschreven toevoeging onderaan:]
welke firma momenteel wordt beheerd door de gem. grossierderij Broerse. Naar deze meedeelde, is Brouwer uit zijn dienst ontslagen. Het document is een gedetailleerd verslag van een diefstal op de Centrale Markt in Amsterdam. Drie medewerkers (knechten) van de markt smeedden een plan om zes kisten sinaasappelen (totaal 150 kg) te ontvreemden uit pakhuis B3. De diefstal werd gepleegd door via een WC-raampje binnen te dringen en het buitgemaakte fruit direct te verbergen in een nabijgelegen pakhuis (B2) onder rietmatten.
Opvallend is de snelle reactie van de controleurs (Boon en Hoek), die door logisch te redeneren – de sinaasappelen konden het bewaakte terrein nog niet verlaten hebben – de buit vrijwel direct terugvonden. Alle drie de verdachten legden een volledige bekentenis af. De handgeschreven notitie onderaan vermeldt dat de werkgever van een van de daders hem per direct heeft ontslagen. Dit incident vond plaats in februari 1944, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van toenemende voedselschaarste en distributiemaatregelen. Sinaasappelen waren in die tijd een uiterst schaars luxeproduct dat vrijwel niet meer voor de gewone burger beschikbaar was. Diefstal van dergelijke goederen werd zeer serieus genomen, niet alleen door de directie van de Centrale Markt, maar ook door de overheid (de Wethouder voor de Levensmiddelen).
De "Centrale Markt" aan de Jan van Galenstraat was het logistieke hart van de voedselvoorziening in Amsterdam. Dat de daders "netjes gekleed" waren om geen achterdocht te wekken, getuigt van een vooropgezet plan. De betrokkenheid van de "Directeur van het Marktwezen" en de "Wethouder voor de Levensmiddelen" onderstreept het belang van strikte controle op de voedselvoorraden in oorlogstijd.