Ambtsbrief / Dienstcorrespondetie.
Origineel
Ambtsbrief / Dienstcorrespondetie. 15 februari 1944. De Directeur (van de Centrale Markt Amsterdam). [Handgeschreven: extra(?)]
77/B/3M. BV
1
15 Februari 1944.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
===========
In bijlage dezes heb ik de eer U een af-
schrift te doen toekomen van een op 11 Februari 1944
door de controleurs J.S.G.v.d.Hoek en J.P.M.Boon van
mijn dienst opgemaakt rapport, waaruit blijkt, dat
J.van Staalduinen, geboren 28 Januari 1926, wonende
G.van Ledenberghstraat 41 II, alhier zich op de
Centrale Markt heeft schuldig gemaakt aan diefstal van
6 kisten sinaasappelen en R.J.Coenen, geboren 16 Juli
1909, wonende Ch.de Bourbonstraat 30 III, alhier en
R.Brouwer, geboren 25 December 1904, wonende Vespucci-
straat 81 huis, alhier die zich hebben schuldig ge-
maakt aan medeplichtigheid aan bovengenoemden diefstal.
Ingevolge het bepaalde in artikel 35 lid I
van het Reglement op de Centrale Markt heb ik Van
Staalduinen, Coenen en Brouwer gestraft met ontzegging
van het recht van toegang tot die markt voor den tijd
van veertien dagen, namelijk van Dinsdag 15 tot en met
Maandag 28 Februari 1944.
Ik ben van meening, dat Van Staalduinen,
Coenen en Brouwer voor langeren tijd van de Centrale
Markt moeten worden geweerd en ik geef U mitsdien
in overweging wel te willen bevorderen, dat
Van Staalduinen, Coenen en Brouwer in aansluiting op
mijn straf, overeenkomstig het bepaalde in het tweede
lid van bovenaangehaald artikel, door den Burgemeester
van Amsterdam worden gestraft met ontzegging van het
recht van toegang voor onbepaalden tijd, zulks met in-
gang van Dinsdag 29 Februari 1944.
De Directeur, Het document betreft een officiële rapportage van een diefstal op de Centrale Markt in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De directeur van de markt rapporteert aan de wethouder dat drie personen (J. van Staalduinen, R.J. Coenen en R. Brouwer) betrokken waren bij de ontvreemding van zes kisten sinaasappelen.
De directeur heeft reeds een disciplinaire straf opgelegd van twee weken ontzegging, maar acht dit onvoldoende. Hij verzoekt de wethouder om bij de burgemeester te pleiten voor een ontzegging voor onbepaalde tijd. Opvallend is de gedetailleerde vermelding van geboortedata en adressen, wat typerend is voor de nauwkeurige administratie en controle in die periode. De juridische basis voor de straf wordt expliciet benoemd (artikel 35 van het Marktreglement). Dit document stamt uit februari 1944, een periode van extreme schaarste in bezet Nederland. Voedsel was streng gerantsoeneerd en de Centrale Markt in Amsterdam vormde het hart van de stedelijke voedselvoorziening. Sinaasappelen waren in deze fase van de oorlog een luxeproduct dat vrijwel uitsluitend voor medische doeleinden of via zeer beperkte kanalen beschikbaar was.
Diefstal van voedsel werd door de autoriteiten (zowel de Nederlandse ambtenarij als de Duitse bezetter) als een zwaar vergrijp gezien, omdat het de officiële distributie ondermijnde. Een ontzegging voor onbepaalde tijd van de Centrale Markt betekende in de praktijk een beroepsverbod voor handelaren of sjouwwerkers, wat in oorlogstijd diepgaande sociale en economische gevolgen had voor de betrokkenen. Amsterdam stond op dat moment onder het bestuur van de door de Duitsers aangestelde burgemeester Edward Voûte.