Officieel extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Officieel extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 6 april 1944. [Linksboven, paarse stempel:] Nº 77/10/4 M. 1944 27/4
[Daaronder getypt:] No.45/3 L.M.1944.
[Rechtsboven, handgeschreven:] Markten V
[Rechtsboven getypt:] Straf bezoeker van de Centrale Markt.
[Linker marge, handgeschreven aantekening in cirkel:] Justitie ac. [onleesbaar] 8/4 44
[Rechter marge, handgeschreven paraaf/notitie:] v.d. Burg [onleesbaar]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.
Donderdag 6 April 1944.
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam;
Gelet op de bepalingen van de Achtste Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied betreffende bijzondere maatregelen op administratiefrechtelijk gebied, (Verordeningenblad voor het bezette Nederlandsche gebied, Stuk 33, No. 152 Gemeenteblad 1941, afdeeling 4, volgn. 517);
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het Marktwezen dd. 28 Maart 1944 No. 77/10/3 M;
Gelet op art. 35 van het Reglement op de Centrale Markt;
B e s l u i t :
den termijn van veertien dagen, gedurende welken de Directeur van het Marktwezen den toegang tot de Centrale Markt heeft ontnomen aan W. Borst, geboren 8 Mei 1901, wegens diefstal van aardappelen aldaar met ingang van 10 April 1944 voor den tijd van zes maanden te verlengen, dus tot en met 9 October 1944.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeeling Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (3 stuks).
A.V. [geparafeerd]
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
[Gestempelde handtekening in paars:] (get.) J. F. FRANKEN Dit document is een administratief besluit van het Amsterdamse gemeentebestuur tijdens de Duitse bezetting. De kern van het besluit is een forse verzwaring van een strafmaatregel tegen een burger, W. Borst. Voor de diefstal van aardappelen op de Centrale Markt was hem aanvankelijk een toegangsontzegging van 14 dagen opgelegd. De burgemeester besluit hier om deze termijn te verlengen naar zes maanden.
Juridisch wordt het besluit onderbouwd door te verwijzen naar de "Achtste Verordening van den Rijkscommissaris". Dit duidt op de inperking van de democratische controle en de uitbreiding van de bevoegdheden van de burgemeester (destijds de pro-Duitse Edward Voûte) onder het gezag van de bezetter (Seyss-Inquart). Het feit dat de diefstal van aardappelen direct door de burgemeester wordt behandeld en met een half jaar uitsluiting wordt bestraft, onderstreept de ernst die aan voedselgerelateerde vergrijpen werd toegekend in deze periode. Het document dateert van april 1944. Nederland bevond zich in de eindfase van de Tweede Wereldoorlog, een periode waarin de schaarste aan voedsel en brandstof extreme vormen begon aan te nemen. De Centrale Markt in Amsterdam was een vitaal zenuwcentrum voor de voedselvoorziening en stond onder streng toezicht.
Diefstal van voedsel, zoals aardappelen, werd in deze context niet slechts als een klein vergrijp gezien, maar als een ondermijning van het distributiesysteem. De strenge straf (zes maanden geen toegang tot de markt) betekende voor de betrokkene waarschijnlijk een enorme beperking in de mogelijkheden om aan voedsel of handelwaar te komen. De bureaucratische afhandeling, compleet met verwijzingen naar specifieke verordeningen en afdelingen (zoals de opmerkelijke combinatie van 'Levensmiddelen' en 'Bad- en zweminrichtingen'), is kenmerkend voor het apparaat van de gemeente Amsterdam dat onder bezetting bleef doorfunctioneren.