Officiële circulaire/brief van het gemeentebestuur.
Origineel
Officiële circulaire/brief van het gemeentebestuur. 9 februari 1939. GEMEENTE AMSTERDAM
Nº 1/13/1 M. 1339 15/2 [stempel en handgeschreven nummers]
No. 83 Bur.G.1939.
AMSTERDAM, 9 Februari 1939.
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.
[Handgeschreven notitie rechtsboven: onleesbaar, mogelijk paraaf en "Onb"]
Bij hun besluit van 2 Juli 1937, No.440 P.W. hebben Burgemeester en Wethouders als vasten deurwaarder voor de Gemeente aangewezen den Heer Harry Waterman, Deurwaarder bij het Gerechtshof te Amsterdam, kantoor houdende Weteringschans 71, en wel in de vacature, ontstaan door het eervol ontslag, verleend aan den deurwaarder Th.F.Menagé Challa, die bij hun besluit van 13 October 1898 als vaste deurwaarder voor de Gemeente was aangewezen.
De Heer Waterman heeft onze aandacht er op gevestigd, dat niet alle chefs van diensten, bedrijven en secretarie-afdeelingen dit besluit naleven, doch dat soms deurwaarders-exploiten, van de Gemeente uitgaande, aan andere deurwaarders worden opgedragen.
Wij vinden hierin aanleiding, aan alle bedoelde chefs bovengenoemd besluit in herinnering te brengen en hun te verzoeken, zorg te dragen voor de stipte handhaving daarvan.
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
de Secretaris,
[Handtekening: Mahieu / Vellinga?]
[Tweede handtekening/paraaf: van Rijn?]
Aan Hoofden van Diensten en Bedrijven
en Chefs van Afdeelingen ter Gemeente-
secretarie, benevens aan den Gemeente-
Ontvanger. Dit document is een formele berisping en herinnering vanuit het centrale bestuur van Amsterdam (B&W) aan de verschillende gemeentelijke afdelingen. De kern van de zaak is een gebrek aan administratieve discipline: hoewel Harry Waterman in 1937 officieel was aangesteld als de enige "vaste deurwaarder" voor de stad, bleven diverse afdelingen buiten hem om andere deurwaarders inhuren voor het uitbrengen van exploiten (officiële gerechtelijke mededelingen).
Waterman heeft hier zelf over geklaagd bij het college. De brief herinnert de afdelingshoofden aan de officiële hiërarchie en besluitvorming. Het document is typerend voor de bureaucratische werking van een grote gemeente, waarbij centrale besluiten niet altijd onmiddellijk of volledig doorsijpelen naar de uitvoering in de verschillende sub-diensten.
Interessant is de vermelding van zijn voorganger, Menagé Challa, die de functie maar liefst 39 jaar bekleedde (1898-1937), wat de stabiliteit en het belang van deze positie onderstreept. De datum van dit document, februari 1939, is historisch beladen. Het bevindt zich aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. In deze administratieve context lijkt de brief routineus, maar de persoon Harry Waterman geeft het document een tragische laag.
Harry Waterman (geboren in 1886) was een bekende Joodse deurwaarder in Amsterdam. Hij was zeer actief in het maatschappelijk leven en binnen de Joodse gemeenschap. De aanstelling als vaste deurwaarder van de gemeente was een prestigieuze positie.
Slechts ruim een jaar na deze brief, na de Duitse inval in mei 1940, begonnen de anti-Joodse maatregelen. Waterman werd vanwege zijn Joodse afkomst uit zijn ambt gezet. In 1943 werd hij gedeporteerd en vermoord in vernietigingskamp Sobibor. Dit document getuigt dus van de laatste jaren van zijn professionele carrière, waarin hij nog volledig erkend en gesteund werd door het Amsterdamse stadsbestuur tegenover ongehoorzame ambtenaren.