Archiefdocument
Origineel
-2-
| Naam | Nummer | Artikel | Plaats |
|---|---|---|---|
| J.Piller | 21- 87 | handkar met bananen | het verhoogde middengedeelte van het J.D.Meyerplein, tegenover perceel no.14, achter de tweede rij boomen.(13) |
| M.Beugeltasch | EZ-107 | handkar met fruit | Noord-Oostzijde van de Nieuwe Keizersgracht, tegenover perceel no.11 aan den waterkant.(14) |
| H.Hilversum | 9-148 | handkar met fruit | Zuid-Westzijde van de Nieuwe Keizersgracht tegenover perceel no.74 aan den waterkant.(15) |
| G.Lutraan | 15-207 | houten bak met bloemen | Nieuwe Kerkstraat tegenover perceel no.83 (16) |
| A.Schavrien | 22- 25 | handkar met fruit | Lepelstraat.(17) |
| J.Wertheim | handkar met versche visch | Lepelstraat.(18) | |
| J.Polak | 17-147 | handkar met fruit | Lepelstraat.(19) |
--- * Vorm: Het document is een strak georganiseerde tabel, kenmerkend voor ambtelijke administratie. De spelling ("boomen", "versche visch", "den waterkant") wijst op een datering voor de spellingshervorming van 1947.
* Inhoud: De lijst specificeert ondernemers in de ambulante handel. De locaties zijn uiterst specifiek omschreven, inclusief huisnummers en fysieke kenmerken van de omgeving (zoals bomenrijen). De getallen tussen haakjes aan het eind van de locatieomschrijvingen verwijzen waarschijnlijk naar standplaatsnummers op een plattegrond.
* Namen en Locaties: De namen (o.a. Piller, Beugeltasch, Wertheim, Polak) en de genoemde locaties (Jonas Daniël Meijerplein, Lepelstraat, Nieuwe Kerkstraat) bevinden zich in de van oudsher Joodse buurt van Amsterdam.
--- Dit document is hoogstwaarschijnlijk een fragment uit een register van standplaatsvergunningen voor de Joodse markt of straathandel in Amsterdam aan het begin van de Duitse bezetting (ca. 1941).
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden Joodse kooplui door de bezetter steeds verder beperkt in hun bewegingsvrijheid. Vanaf begin 1941 mochten zij hun nering alleen nog drijven op speciaal aangewezen markten of locaties binnen de Joodse wijk. Het J.D. Meijerplein was het hart van deze buurt. Het gedetailleerd vastleggen van deze gegevens maakte deel uit van het proces van uitsluiting en isolatie van de Joodse bevolking door de bezettingsautoriteiten en de collaborerende Amsterdamse politie/gemeente-instanties. Veel van de genoemde personen zijn later slachtoffer geworden van de Holocaust; zo is bijvoorbeeld van J. Piller en J. Wertheim bekend dat zij in concentratiekampen zijn omgekomen. J. Piller J. Wertheim J.D. Meijerplein Politie
Samenvatting
- Vorm: Het document is een strak georganiseerde tabel, kenmerkend voor ambtelijke administratie. De spelling ("boomen", "versche visch", "den waterkant") wijst op een datering voor de spellingshervorming van 1947.
- Inhoud: De lijst specificeert ondernemers in de ambulante handel. De locaties zijn uiterst specifiek omschreven, inclusief huisnummers en fysieke kenmerken van de omgeving (zoals bomenrijen). De getallen tussen haakjes aan het eind van de locatieomschrijvingen verwijzen waarschijnlijk naar standplaatsnummers op een plattegrond.
- Namen en Locaties: De namen (o.a. Piller, Beugeltasch, Wertheim, Polak) en de genoemde locaties (Jonas Daniël Meijerplein, Lepelstraat, Nieuwe Kerkstraat) bevinden zich in de van oudsher Joodse buurt van Amsterdam.
Historische Context
Dit document is hoogstwaarschijnlijk een fragment uit een register van standplaatsvergunningen voor de Joodse markt of straathandel in Amsterdam aan het begin van de Duitse bezetting (ca. 1941).
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden Joodse kooplui door de bezetter steeds verder beperkt in hun bewegingsvrijheid. Vanaf begin 1941 mochten zij hun nering alleen nog drijven op speciaal aangewezen markten of locaties binnen de Joodse wijk. Het J.D. Meijerplein was het hart van deze buurt. Het gedetailleerd vastleggen van deze gegevens maakte deel uit van het proces van uitsluiting en isolatie van de Joodse bevolking door de bezettingsautoriteiten en de collaborerende Amsterdamse politie/gemeente-instanties. Veel van de genoemde personen zijn later slachtoffer geworden van de Holocaust; zo is bijvoorbeeld van J. Piller en J. Wertheim bekend dat zij in concentratiekampen zijn omgekomen.