Ambtsbericht / Rapport
Origineel
Ambtsbericht / Rapport 26 november 1938 J.J. Freijunga (Contrôleur) De Heer Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam Amsterdam, 26 Nov. 1938.
Rapport
Hierbij zend ik U opnieuw een eenigszins gewijzigde teekening van de Weesperstraat en een gedeelte van het Jonas Daniël Meijerplein. (Weesperplein).
Verder wil ik U nog adviseeren, bij een eventueel Ventverbod in de Weesperstraat, de standplaatsvergunningen uit te reiken aan kooplieden, welke bereid zijn hun plaatsen te bezetten met een handkar of een driewielig transportrijwiel, zulks in verband met brand, relletjes en andere gevaarlijke situaties.
Ook zijn de eventueele standplaatshouders dan niet zoo gauw in overtreding, wat de lengte van hun uitstalling betreft, daar, de daar dienstdoende ambtenaar, zonder bezwaar van Burgemeester en Wethouders, dan de lengte van die standplaatsen, bij het bezetten van een te groot oppervlak, direct kan opvoeren.
A. U. B. geen standplaatsen uitreiken onder 3 meter lengte en ook niet minder dan vier dagen per week.
Persoonlijk sta ik op het standpunt, een standplaats-tarief, f., waar het minimum bedrag voor verschuldigd is van zestig centen per week.
Aan den Heer Inspecteur
van het Marktwezen te Amsterdam
Contrôleur
J.J. Freijunga
[Linksonder geschreven:]
Gezien
26-11-38
[Paraf] In dit rapport adviseert de marktcontroleur de inspecteur over de regulering van de straathandel in een specifiek deel van Amsterdam. De kernpunten zijn:
- Mobiliteit als veiligheidseis: De controleur stelt voor om alleen vergunningen te verlenen aan handelaren met mobiel materieel (handkarren of transportfietsen). De expliciete reden hiervoor is dat de straat bij calamiteiten zoals brand of "relletjes" snel ontruimd moet kunnen worden.
- Handhaving en Ruimtegebruik: Door mobiele kramen te eisen, is de lengte van de uitstalling makkelijker te controleren en te corrigeren door de ambtenaar ter plaatse.
- Economische drempels: Er wordt gepleit voor een minimale standplaatslengte (3 meter), een minimale aanwezigheid (4 dagen per week) en een minimumtarief (60 cent per week). Dit suggereert een professionalisering van de markt en het tegengaan van incidentele, kleine handelaren. De datum van het document, 26 november 1938, is historisch zeer significant. Het rapport is geschreven slechts twee weken na de Kristallnacht in buurland Duitsland. De locaties die in het rapport worden genoemd — de Weesperstraat en het Jonas Daniël Meijerplein — vormden in 1938 het hart van de Joodse buurt in Amsterdam.
De specifieke verwijzing naar de noodzaak om snel te kunnen ontruimen bij "relletjes en andere gevaarlijke situaties" moet in dit licht worden gezien. De Amsterdamse autoriteiten hielden op dat moment ernstig rekening met onlusten of antisemitische gewelddadigheden in dit stadsdeel. Het document illustreert hoe de dagelijkse administratie van de stad (marktwezen) direct beïnvloed werd door de hooggespannen politieke en maatschappelijke sfeer aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog.