Afschrift van een officiële vergunning (standplaatsvergunning).
Origineel
Afschrift van een officiële vergunning (standplaatsvergunning). 29 april 1939 (ingangsdatum vergunning 1 mei 1939). [Stempel/Typewerk linksboven:]
№ 39/8/22 M. 1939¾
[Handgeschreven rechtsboven:]
M. Müller [onleesbaar]
2 ex. l. de Kaar [?]
No.5/215 I.M.1939. Afschrift.
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Gezien een adres van Meijer Beugeltas, wonende Rapenburgerstraat 46 II/v., waarbij vergunning wordt verzocht tot het innemen eener standplaats met een handkar ten verkoop van fruit op den openbaren weg;
Geven adressant te kennen, dat hem, met ingang van 1 Mei 1939, tot wederopzeggens toe, wordt toegestaan een standplaats in te nemen met een handkar ten verkoop van fruit, op den openbaren weg, de Nieuwe Keizersgracht op den Zuid-Westelijken vleugel van de brug voor de Weesperstraat, tegenover perceel Nieuwe Keizersgracht 74, om daarvan dagelijks, behalve des Zaterdags, aanvangende te 8 uur v.m., gebruik te maken gedurende de tijden, waarop het venten met genoemd artikel, volgens de Verordening op de Winkelsluiting, is toegestaan,
en voorts onder de volgende voorwaarden:
a. het verschuldigde standplaatsgeld moet bij vooruitbetaling worden voldaan;
b. de vergunninghouder mag alleen persoonlijk van deze vergunning gebruik maken;
c. boven de kar mag zich niets anders bevinden dan een zeil of een andere bedekking van een afmeting niet grooter dan de oppervlakte van de kar, welke bedekking alleen aan de kar en niet, op welke wijze ook, aan de straat of anderszins mag worden vastgemaakt;
d. aan de kar mag zich geen omheining bevinden, hetzij van zeildoek, hetzij van getimmerte, zoodat het uitzicht boven, onder en langs de kar naar alle zijden vrij blijve;
e. onder de kar of in de onmiddellijke nabijheid daarvan, mogen zich geen voorwerpen bevinden van welken aard ook;
f. de straat onder en in de nabijheid van de kar moet rein blijven;
g. de bereiding, verpakking, bewaring, behandeling en het vervoer mag uitsluitend geschieden op zindelijke wijze en zoodanig, dat verontreiniging voldoende wordt voorkomen.
Hiertoe moeten voor het gebruik ter plaatse onmiddellijk gereed zijnde eetwaren worden bewaard, hetzij in gesloten vaatwerk, hetzij in met glas bedekte bakken of kisten;
h. de verpakking van eetwaren mag niet geschieden in papier, dat reeds voor andere doeleinden is gebruikt;
i. de vergunninghouder moet op de eerste aanzegging der Politie de aangewezen plaats ontruimen, indien dit in het belang van de openbare orde of van het openbaar verkeer, door deze noodig wordt geoordeeld, zullende de weder ingebruikneming niet mogen geschieden, dan met haar toestemming, terwijl alle overige aanwijzingen door haar te geven, stipt moeten worden nageleefd;
j. deze vergunning zal op eerste aanvraag aan alle ambtenaren van de Politie en het Marktwezen ter inzage moeten worden overhandigd, zoomede de kwitantie betreffende het betaalde standplaatsgeld over de loopende, c.q. voorafgaande week.
[Handgeschreven onderaan:]
uitgev. 29/4 '39. Dit document is een standaard vergunningsformulier van de gemeente Amsterdam uit het interbellum. Het bevat de strikte voorwaarden waaraan een straathandelaar moest voldoen om zijn brood te kunnen verdienen. Opvallend is de enorme gedetailleerdheid van de regels (punten a t/m j), variërend van de constructie van de kar (geen belemmering van het uitzicht) tot hygiënevoorschriften (geen hergebruikt papier) en de autoriteit van de politie.
De rode onderstrepingen in het document lijken door een ambtenaar te zijn aangebracht om de belangrijkste variabelen in één oogopslag te zien: de naam en het adres van de aanvrager, de ingangsdatum, de exacte locatie van de standplaats, en de uitzondering op de zaterdag. De locatie bevond zich bij de Hortusbrug (brug 239) over de Nieuwe Keizersgracht. Dit document krijgt een tragische lading door de datum en de achtergrond van de aanvrager. Het is opgesteld in april 1939, slechts vier maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en een jaar voor de Duitse bezetting van Nederland.
Meijer Beugeltas (1894) woonde in de Rapenburgerstraat, het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam. Het feit dat hij de standplaats "dagelijks, behalve des Zaterdags" mocht bezetten, bevestigt dat hij een praktiserend Jood was die de Sjabbat in ere hield.
In de jaren dertig was de armoede in de Joodse buurt groot en probeerden veel mensen als kleine zelfstandige (bijvoorbeeld als fruitverkoper met een handkar) het hoofd boven water te houden. Uit archieven (zoals de database van het Joods Monument) blijkt dat Meijer Beugeltas de oorlog niet heeft overleefd; hij werd in 1943 vermoord in vernietigingskamp Sobibor. Dit document is daarmee een tastbaar overblijfsel van zijn poging om in de laatste jaren voor de catastrofe een legaal en eerlijk bestaan op te bouwen in Amsterdam.