Archiefdocument
Origineel
-2-
minder kan worden gedaan - en efficiency, welke ten doel heeft, met
zoo gering mogelijke opofferingen een bepaald doel te bereiken. Al
is het niet uitgesloten, dat het bureau in bepaalde gevallen, waarin
daartoe aanleiding aanwezig geacht wordt, ook wordt ingeschakeld bij
andere zaken, niettemin komt in de omzetting van de vroegere Gemeen-
telijke Inspectie ( welke in de wandeling ten onrechte vaak "Bezuini-
gingsinspectie" werd genoemd) in een Bureau voor Organisatie en
Efficiency duidelijk de bedoeling tot uiting, dat het zwaartepunt van
de werkzaamheid van het Bureau, zijn normale taak dus, niet ligt op
het gebied van de bezuiniging, maar op dat van de efficiency.
Weliswaar behooren ook het verbeteren van de organisatie en het
verhoogen van de efficiency tot de taak van de Hoofden van Diensten
en Bedrijven en hunne leidende ambtenaren, en vormen deze bemoeiingen
zelfs een belangrijk deel van hun taak, maar hierdoor wordt een
centrale instantie niet overbodig.
Uit den aard der zaak zullen de Diensthoofden en hunne naaste
medewerkers van de bijzondere eischen van hun Dienst of Bedrijf be-
ter op de hoogte zijn dan een buitenstaander en dientengevolge in de
allereerste plaats de aangewezen personen blijven om de organisatie
en efficiency van hun bedrijf of dienst te verzorgen en het is zeer
wel mogelijk, dat zij daarbij uitstekende resultaten verkrijgen.
Door het, zonder meer, door iederen Dienst of ieder Bedrijf
voor zich doen behandelen van de vraagstukken van organisatie en
efficiency, is evenwel niet voldoende waarborg geschapen, dat de or-
ganisatie en efficiency in het gemeentelijke beheer in al zijn onder-
deelen en in zijn totaliteit tot het gewenschte hooge peil worden op-
gevoerd.
Het behandelen van vraagstukken op dit gebied ontwikkelt zich
meer en meer tot een afzonderlijk vak, dat speciale kennis eischt, * Kernboodschap: De tekst dient om een misverstand recht te zetten over de rol van een specifieke gemeentelijke instantie. Men wil wegblijven van het imago van loutere "bezuinigingsdrift" en de focus leggen op "efficiency" (doelmatigheid).
* Definitie van Efficiency: Het document hanteert een klassieke definitie van efficiency: het bereiken van een doel met zo min mogelijk middelen ("gering mogelijke opofferingen").
* Centralisatie vs. Decentralisatie: Er wordt een balans gezocht tussen de verantwoordelijkheid van afzonderlijke diensthoofden (die hun eigen bedrijfsvoering het best kennen) en de noodzaak van een centraal bureau dat overkoepelende expertise bezit.
* Professionalisering: De laatste alinea benadrukt dat organisatieleer en efficiency-verbetering een "afzonderlijk vak" zijn geworden dat specifieke kennis vereist. Dit duidt op de opkomst van de organisatieadviseur binnen de overheid. Dit document past in de bredere historische trend van de eerste helft van de 20e eeuw, waarbij overheden (met name grote gemeenten) beïnvloed werden door het 'Scientific Management' (Taylorisme). Er ontstond een behoefte om de groeiende bureaucratie niet alleen te controleren op uitgaven (bezuiniging), maar ook wetenschappelijk te structureren voor een optimale bedrijfsvoering. De naamsverandering van "Gemeentelijke Inspectie" naar "Bureau voor Organisatie en Efficiency" is een typerend voorbeeld van deze modernisering en professionalisering van het openbaar bestuur in Nederland.