Afschrift van een officiële vergunning (standplaatsvergunning).
Origineel
Afschrift van een officiële vergunning (standplaatsvergunning). [Linksboven, in blauw stempel/inkt:] № 39/17 / [met rode streep eronder] M. 1939 ≑
[Rechtsboven, handgeschreven:] ter in de kluis Dll/3 / m. Muller [met rode schuine streep erdoor]
No. 5/1021 L.M. 1938. [met rode streep onder No. 5]
Afschrift. [onderstreept]
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam;
Gezien een adres van:
Meijer Prins, geboren 20 December 1875,
wonende : Jodenbreestraat 40 II, [onderstreept]
waarbij vergunning wordt verzocht tot het innemen eener stand-
plaats met een door middel van planken en schragen samengestelde
tafel, ten verkoop van versche visch op den openbaren weg;
Geven adressant te kennen, dat hem
tot wederopzeggens toe [rood onderstreept]
wordt toegestaan een standplaats in te nemen met
een door middel van planken en schragen samengestelde tafel
ter lengte van 2 ½ meter en ter breedte van 1 meter ten ver-
koop van versche visch op den openbaren weg,
de Houtkoopersdwarsstraat, nabij het Waterlooplein, evenwijdig
aan en niet meer dan 0.75 m vanaf de schutting, welke het
door afbraak van het perceel Waterlooplein 27 vrijgekomen
bouwterrein van den openbaren weg afsluit, minstens 7 meter
achter de gevelrooilijn der huizen van het Waterlooplein, om
daarvan dagelijks, uitgezonderd des Zondags en Zaterdags, [rood onderstreept] aan-
vangende te 9 uur v.m., tot 6 uur n.m. gebruik te maken,
en voorts onder de volgende voorwaarden:
a. het verschuldigde standplaatsgeld moet bij vooruitbetaling
worden voldaan;
b. de vergunninghouder mag alleen persoonlijk van deze vergun-
ning gebruik maken;
c. boven de tafel mag zich niets anders bevinden dan een zeil of
een andere bedekking van een afmeting niet grooter dan de
oppervlakte van de tafel, welke bedekking alleen aan de tafel,
en niet, op welke wijze ook, aan de straat of anderszins mag
worden vastgemaakt;
d. aan de tafel mag zich geen omheining bevinden, hetzij van zeil-
doek, hetzij van getimmerte, zoodat het uitzicht boven, onder en
[Onderaan handgeschreven:] uitgereikt 27/1 '39 Dit document is een formeel afschrift van een marktvergunning verleend door de gemeente Amsterdam in januari 1939. De begunstigde is de 63-jarige Meijer Prins, een visverkoper. De vergunning is zeer specifiek in haar eisen:
* Locatie: De exacte plek in de Houtkoopersdwarsstraat wordt gedefinieerd ten opzichte van een schutting bij een braakliggend terrein (Waterlooplein 27).
* Materiaal: De "kraam" mag enkel bestaan uit een tafel van planken en schragen met strikte afmetingen (2,5 x 1 meter).
* Beperkingen: Er mag geen dichte ombouwing zijn en het dekzeil mag niet groter zijn dan de tafel zelf. Dit was waarschijnlijk om het straatbeeld open te houden en brandgevaar of permanente bouwwerken te voorkomen.
* Tijden: De marktkoopman mag er staan van 09:00 tot 18:00 uur. Opvallend is de rode onderstreping van de uitzondering op zaterdag en zondag. Het document biedt een inkijkje in het dagelijks leven in de Amsterdamse Jodenbuurt vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Meijer Prins woonde in de Jodenbreestraat en werkte nabij het Waterlooplein, het hart van de Joodse marktactiviteiten.
De expliciete vermelding dat er niet op zaterdag gewerkt mag worden, hangt direct samen met de Joodse achtergrond van de aanvrager en de buurt: de zaterdag is de Sjabbat, de rustdag waarop geen handel gedreven mocht worden door praktiserende Joden. Dat de gemeente dit zo specifiek vastlegde (en de archiefmedewerker dit rood onderstreepte), toont aan hoe de stedelijke bureaucratie was aangepast aan de religieuze demografie van de buurt.
Slechts enkele jaren na de afgifte van deze vergunning zou het leven van Joodse marktkooplieden zoals Meijer Prins drastisch veranderen door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter, waarbij zij hun vergunningen verloren en uiteindelijk werden weggevoerd. Gemeente Amsterdam