Getypt ambtelijk afschrift (vergunning).
Origineel
Getypt ambtelijk afschrift (vergunning). 9 juni 1939 (datum van uitgifte). Nº 39/48/2M. 1939 10/6 [handgeschreven]
No. 5/96 L.M.1939.
Afschrift.
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Gezien een adres van:
Meijer Vogel, geboren 15 Juni 1887
wonende Vrolikstraat 86 huis,
waarbij vergunning wordt verzocht tot het innemen eener standplaats met een mand ten verkoop van bloemen op den openbaren weg;
Geven adressant te kennen, dat hem,
tot wederopzeggens toe,
wordt toegestaan een standplaats in te nemen met
een mand
ten verkoop van
bloemen, op den openbaren weg,
het verhoogde voetpad van de Eerste Oosterparkstraat, vóór
perceel 238, bij hoek Beukenweg, op 1 meter afstand van den rij-
weg, om daarvan gebruik te maken Maandags tot en met Vrijdags,
van 10 uur des voormiddags tot 8 uur des namiddags en des
Zondags van 12.30 tot 3.30 uur des namiddags:
onder de volgende voorwaarden:
a. het verschuldigde standplaatsgeld moet bij vooruitbetaling worden voldaan;
b. de vergunninghouder mag alleen persoonlijk van deze vergunning gebruik maken, zich bij den verkoop niet door helpers of helpsters doen bijstaan en geen andere standplaats innemen, dan de hem door de Politie aangewezene;
c. noch op, noch nabij de aangewezen standplaats mogen banken, kisten, emmers water of andere voorwerpen worden geplaatst;
d. de vergunninghouder mag geen grootere oppervlakte gebruiken dan een van 1 M. bij 1/2 M.;
e. het op eenigerlei wijze uitbouwen van de gebezigde mand is niet toegestaan;
f. de aanwijzingen, in het belang der openbare orde door de Politie te geven, moeten stipt worden nageleefd;
g. de vergunninghouder moet op de eerste aanzegging der Politie de aangewezen plaats ontruimen, indien dit in het belang van de openbare orde of van het openbaar verkeer door deze wordt noodig geoordeeld, zullende de weder ingebruikneming niet mogen geschieden, dan met haar toestemming;
uitgeg 9/6 '39 [handgeschreven] Dit document is een officiële gemeentelijke vergunning voor straathandel in Amsterdam, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De tekst weerspiegelt de bureaucratische nauwkeurigheid van die tijd. De voorwaarden (a t/m g) zijn zeer strikt: de koopman mag slechts een halve vierkante meter (1 x 0,5 meter) gebruiken en mag geen hulpmiddelen zoals emmers of kisten op de stoep plaatsen. Dit duidt op een streng beleid om het trottoir vrij te houden en "verrommeling" van het straatbeeld tegen te gaan. De vergunning is persoonlijk; Meijer Vogel mocht zich door niemand laten helpen. De locatie (1e Oosterparkstraat 238) was een strategische plek nabij een hoek in een drukke volksbuurt. De vergunning is gedateerd op juni 1939, minder dan een jaar voor de Duitse inval in Nederland. Meijer Vogel woonde in de Vrolikstraat, in het hart van de Oosterparkbuurt/Transvaalbuurt. Dit was een wijk waar destijds veel Joodse Amsterdammers woonden voor wie straathandel een belangrijk, maar vaak karig middel van bestaan was.
De historische context geeft dit alledaagse document een tragische lading. Meijer Vogel, de bloemenverkoper uit dit document, werd tijdens de bezetting weggevoerd. Volgens de archieven van de Oorlogsgravenstichting en het Joods Monument is hij op 16 juli 1943 op 56-jarige leeftijd vermoord in het vernietigingskamp Sobibor. Dit document is daarmee een van de laatste tastbare bewijzen van zijn legale bestaan en werkzaamheden in Amsterdam als vrij burger.