Officieel afschrift van een vergunning/besluit.
Origineel
Officieel afschrift van een vergunning/besluit. 9 juni 1939. te geven, stipt moeten worden nageleefd;
k. deze vergunning zal op eerste aanvraag aan alle ambtenaren van de Politie en het Marktwezen ter inzage moeten worden overhan-digd, zoomede de kwitantie betreffende het betaalde standplaats-geld over de loopende c.q. voorafgaande week.
Deze vergunning zal dadelijk aan het bureau van de 2e af-deeling der 5e Politie-sectie en aan het hoofdkantoor van den Dienst van het Marktwezen moeten worden vertoond en niet van kracht zijn, wanneer niet tevens wordt vertoond een kwitantie, waaruit blijkt, dat het standplaatsgeld over de loopende week is betaald.
M.
[handgeschreven paraaf]
Amsterdam, 9 Juni 1939
Burgemeester en Wethouders voornoemd,
get. R. Boekman Weth.
Leges: f. 1.-.
de Secretaris,
(get.) VAN LIER.
Voor eensluidend afschrift,
de Secretaris,
[handgeschreven handtekening: Van Lier] Het document is een getypt afschrift van een besluit van het Amsterdamse gemeentebestuur uit de zomer van 1939. De tekst bevat de voorwaarden (onder punt 'k') waaraan een vergunninghouder zich moet houden, specifiek met betrekking tot het exploiteren van een standplaats.
De kern van de instructie is de bewijslast: de vergunninghouder moet op elk moment zowel de vergunning als het betalingsbewijs (de kwitantie) van het standplaatsgeld kunnen tonen aan de politie of ambtenaren van het Marktwezen. Zonder actueel betalingsbewijs wordt de vergunning als ongeldig beschouwd. De leges voor dit document bedroegen één gulden.
Opvallend is de vermelding van de "5e Politie-sectie". In die tijd was Amsterdam verdeeld in secties; de 5e sectie was gevestigd aan de Nieuwe Achtergracht, wat duidt op een activiteit in of nabij de Joodse buurt of de markten in Amsterdam-Centrum/Oost (zoals de Waterloopleinmarkt of de Dappermarkt). Dit document dateert van vlak voor de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog. De ondertekenaar, Emanuel (Ro) Boekman (hier vermeld als R. Boekman), was een zeer invloedrijke SDAP-wethouder in Amsterdam, onder andere verantwoordelijk voor Kunstzaken en Volkshuisvesting. Hij was de eerste Nederlandse politicus die promoveerde op de verhouding tussen overheid en kunst. Als Joodse socialist koos hij in mei 1940, kort na de Duitse inval, voor zelfdoding.
De Dienst van het Marktwezen speelde een centrale rol in het Amsterdamse straatbeeld, aangezien markthandel voor een groot deel van de bevolking de primaire bron van inkomsten of goedkope levensmiddelen was. De strikte controle op de betaling van standplaatsgeld (per week) was essentieel voor de gemeentelijke inkomsten en de regulering van de schaarse openbare ruimte. Het feit dat dit een "eensluidend afschrift" is, betekent dat dit de kopie is die de burger daadwerkelijk in zijn bezit had om bij controle te tonen. R. Boekman Gemeente Amsterdam Marktwezen Politie
Samenvatting
Het document is een getypt afschrift van een besluit van het Amsterdamse gemeentebestuur uit de zomer van 1939. De tekst bevat de voorwaarden (onder punt 'k') waaraan een vergunninghouder zich moet houden, specifiek met betrekking tot het exploiteren van een standplaats.
De kern van de instructie is de bewijslast: de vergunninghouder moet op elk moment zowel de vergunning als het betalingsbewijs (de kwitantie) van het standplaatsgeld kunnen tonen aan de politie of ambtenaren van het Marktwezen. Zonder actueel betalingsbewijs wordt de vergunning als ongeldig beschouwd. De leges voor dit document bedroegen één gulden.
Opvallend is de vermelding van de "5e Politie-sectie". In die tijd was Amsterdam verdeeld in secties; de 5e sectie was gevestigd aan de Nieuwe Achtergracht, wat duidt op een activiteit in of nabij de Joodse buurt of de markten in Amsterdam-Centrum/Oost (zoals de Waterloopleinmarkt of de Dappermarkt).
Historische Context
Dit document dateert van vlak voor de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog. De ondertekenaar, Emanuel (Ro) Boekman (hier vermeld als R. Boekman), was een zeer invloedrijke SDAP-wethouder in Amsterdam, onder andere verantwoordelijk voor Kunstzaken en Volkshuisvesting. Hij was de eerste Nederlandse politicus die promoveerde op de verhouding tussen overheid en kunst. Als Joodse socialist koos hij in mei 1940, kort na de Duitse inval, voor zelfdoding.
De Dienst van het Marktwezen speelde een centrale rol in het Amsterdamse straatbeeld, aangezien markthandel voor een groot deel van de bevolking de primaire bron van inkomsten of goedkope levensmiddelen was. De strikte controle op de betaling van standplaatsgeld (per week) was essentieel voor de gemeentelijke inkomsten en de regulering van de schaarse openbare ruimte. Het feit dat dit een "eensluidend afschrift" is, betekent dat dit de kopie is die de burger daadwerkelijk in zijn bezit had om bij controle te tonen.