Getypt, gewaarmerkt afschrift van een officieel gemeentelijk besluit of voorwaarde.
Origineel
Getypt, gewaarmerkt afschrift van een officieel gemeentelijk besluit of voorwaarde. 29 april 1939. Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. kracht zijn, wanneer niet tevens wordt vertoond een kwitantie,
waaruit blijkt, dat het standplaatsgeld over de loopende week
is betaald.
FM.
Amsterdam, den 29 April 1939
Burgemeester en Wethouders voornoemd,
get. DE VLUGT,
Leges: f. 1.-. de Secretaris,
(get.) VAN LIER.
Voor eensluidend afschrift,
de Secretaris,
[Handtekening Van Lier] * Inhoud: Het fragment betreft een voorwaarde voor de geldigheid van een vergunning of recht (vermoedelijk voor een marktkoopman of straatverkoper). De kern is dat men alleen recht heeft op de standplaats als men ter plekke een bewijs van betaling (kwitantie) voor de huidige week kan overleggen.
* Formaat: Het is een "eensluidend afschrift", een ambtelijke kopie die dezelfde rechtskracht heeft als het origineel. Dit wordt bevestigd door de handgeschreven handtekening van de secretaris onder de getypte namen.
* Terminologie: Typisch vooroorlogs ambtelijk taalgebruik ("kracht zijn", "voornoemd", "loopende"). De "Leges" van 1 gulden duiden op de administratiekosten die betaald moesten worden voor het opmaken van dit document. * Bestuurlijk Amsterdam: Het document stamt uit de ambtsperiode van burgemeester Willem de Vlugt (1921-1941). Hij was een prominent figuur in het Amsterdamse bestuur voor de Tweede Wereldoorlog. De secretaris, mr. H.J. van Lier, was eveneens een langzittende en invloedrijke ambtenaar.
* Tijdsbeeld: April 1939 was een periode van grote internationale spanningen, maar op lokaal niveau draaide de bureaucratie, zoals de regulering van standplaatsen en markten, op volle toeren door. De strenge controle op de wekelijkse betaling van standplaatsgeld was noodzakelijk voor de gemeentelijke inkomsten en de orde op de openbare weg. H.J. van Lier
Samenvatting
- Inhoud: Het fragment betreft een voorwaarde voor de geldigheid van een vergunning of recht (vermoedelijk voor een marktkoopman of straatverkoper). De kern is dat men alleen recht heeft op de standplaats als men ter plekke een bewijs van betaling (kwitantie) voor de huidige week kan overleggen.
- Formaat: Het is een "eensluidend afschrift", een ambtelijke kopie die dezelfde rechtskracht heeft als het origineel. Dit wordt bevestigd door de handgeschreven handtekening van de secretaris onder de getypte namen.
- Terminologie: Typisch vooroorlogs ambtelijk taalgebruik ("kracht zijn", "voornoemd", "loopende"). De "Leges" van 1 gulden duiden op de administratiekosten die betaald moesten worden voor het opmaken van dit document.
Historische Context
- Bestuurlijk Amsterdam: Het document stamt uit de ambtsperiode van burgemeester Willem de Vlugt (1921-1941). Hij was een prominent figuur in het Amsterdamse bestuur voor de Tweede Wereldoorlog. De secretaris, mr. H.J. van Lier, was eveneens een langzittende en invloedrijke ambtenaar.
- Tijdsbeeld: April 1939 was een periode van grote internationale spanningen, maar op lokaal niveau draaide de bureaucratie, zoals de regulering van standplaatsen en markten, op volle toeren door. De strenge controle op de wekelijkse betaling van standplaatsgeld was noodzakelijk voor de gemeentelijke inkomsten en de orde op de openbare weg.