Officieel afschrift van een vergunning voor een standplaats.
Origineel
Officieel afschrift van een vergunning voor een standplaats. [Header, handgeschreven/stempel]
№ 39/110/2 M. 1939 n/v [geparafeerd]
N. Piller D M(s)
L. v. d. Laan
No. 5/215 L.M.1939
Afschrift (onderstreept)
[Body]
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam;
Gezien een adres van Nathan Piller, wonende Rapenburger-straat 21 I, waarbij vergunning wordt verzocht tot het innemen eener standplaats met een mand ten verkoop van bloemen op den openbaren weg;
Geven adressant te kennen, dat hem, met ingang van 1 Mei 1939, tot wederopzeggens toe, wordt toegestaan een standplaats in te nemen met een mand ten verkoop van bloemen op den openbaren weg, de Nieuwe Keizersgracht op den Zuid-Oostelijken vleugel van de brug voor de Weesperstraat, tegenover perceel Nieuwe Keizersgracht 78, om daarvan dagelijks, behalve des Zaterdags en Zondags van 9 uur v.m. tot 4 uur n.m. gebruik te maken;
onder de volgende voorwaarden:
a. het verschuldigde standplaatsgeld moet bij vooruitbetaling worden voldaan;
b. de vergunninghouder mag alleen persoonlijk van deze vergunning gebruik maken, zich bij den verkoop niet door helpers of helpsters doen bijstaan en geen andere standplaats innemen, dan de hem door de Politie aangewezene;
c. noch op, noch nabij de aangewezen standplaats mogen banken, kisten, emmers water of andere voorwerpen worden geplaatst;
d. de vergunninghouder mag geen grootere oppervlakte gebruiken dan een van 1 M. bij 1 M.;
e. het op eenigerlei wijze op- of uitbouwen van de gebezigde mand is niet toegestaan;
f. de aanwijzingen, in het belang der openbare orde door de Politie te geven, moeten stipt worden nageleefd;
g. de vergunninghouder moet op de eerste aanzegging der Politie de aangewezen plaats ontruimen, indien dit in het belang van de openbare orde of van het openbaar verkeer door deze wordt noodig geoordeeld, zullende de weder ingebruikneming niet mogen geschieden, dan met haar toestemming;
h. de vergunning zal op eerste aanvraag aan alle ambtenaren van de Politie en het Marktwezen ter inzage moeten worden overhandigd, zoomede de kwitantie betreffende het betaalde standplaatsgeld over de loopende week.
Deze vergunning zal dadelijk aan het bureau van de 2e afdeeling der 4e Politiesectie en aan het hoofdkantoor van den Dienst van het Marktwezen moeten worden vertoond en niet van
[Footer, handgeschreven]
uitger. 4/5 '39 Dit document is een formele vergunning voor straathandel in Amsterdam aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Het illustreert de strikte regulering van de openbare ruimte door de gemeente.
Enkele opvallende beperkingen in de vergunning zijn:
* Persoonlijke aard: De houder mag geen hulp inschakelen (artikel b), wat wijst op een beleid om kleinschalige zelfstandigheid te steunen en wildgroei te voorkomen.
* Strikte omvang: De standplaats is beperkt tot slechts 1 bij 1 meter (artikel d) en er mogen geen hulpmiddelen zoals emmers water of banken worden neergezet (artikel c), wat voor een bloemenverkoper een aanzienlijke beperking moet zijn geweest.
* Tijden: De verkoop is verboden op zaterdag en zondag. Voor een Joodse koopman (zoals Nathan Piller) was de zaterdag (Sjabbat) sowieso een rustdag, maar de beperking op de zondag was een algemene gemeentelijke verordening.
De tekst breekt abrupt af onderaan de pagina, wat suggereert dat er een tweede blad was of dat het een standaardformulier betrof waarvan de rest van de tekst als bekend werd verondersteld. De historische context van dit document is wrang. Nathan Piller (geboren in 1894) was een Joodse Amsterdammer. De locatie van zijn standplaats (nabij de Weesperstraat en de Nieuwe Keizersgracht) en zijn woonadres (Rapenburgerstraat) bevonden zich in het hart van de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam.
In mei 1939, wanneer deze vergunning wordt afgegeven, probeert Piller nog in zijn levensonderhoud te voorzien onder normale administratieve regels. Slechts een jaar later zou de Duitse bezetting beginnen, waarna de bewegingsvrijheid en economische rechten van Joodse Amsterdammers systematisch zouden worden afgebroken. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat Nathan Piller in 1943 is vermoord in Sobibor. Dit document is daarmee een tastbaar bewijs van zijn dagelijks leven en ambities kort voor de Shoah. L. v. d. Laan N. Piller Marktwezen Politie