Afschrift van een gemeentelijke beschikking/vergunning voor een standplaats.
Origineel
Afschrift van een gemeentelijke beschikking/vergunning voor een standplaats. Geregistreerd op 23 mei 1939 (stempel); de oorspronkelijke beschikking dateert van 6 augustus 1937. № 39/125/M. 1939 23/5 [stempel]
[Handgeschreven:]
M. Muller [?]
DU(s)
zen. Landekay [?]
No. 5/540 L.V. 1938.
Afschrift.
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Gelet op hun beschikking d.d. 6 Augustus 1937, No. 627 L.V.
'36 waarbij aan:
Sophia Goudsmit geboren Stofkooper, geboren 7-8-'91
wonende: Rapenburg 100 I,
vergunning werd verleend tot het innemen van een vaste standplaats
met een mand ten verkoop van pinda's op den openbaren weg;
Overwegende, dat het noodzakelijk is, de voorwaarden, waar-
onder deze vergunning is verleend, aan te vullen;
Geven belanghebbende te kennen, dat haar,
onder intrekking van hun bovenaangehaalde beschikking,
tot wederopzeggens toe;
wordt toegestaan een standplaats in te nemen met
een mand
ten verkoop van
pinda's, op den openbaren weg,
het verhoogde voetpad van de Plantage Kerklaan, aan de zijde
van Artis tegenover perceel Plantage Kerklaan No. 51, om
hiervan in de maanden April tot en met September dagelijks
en in de maanden October tot en met Maart op Zondagen, de
beide Kerstdagen, den Nieuwjaarsdag en den Paaschdag indien
deze in dit tijdvak valt van 9 uur v.m. tot 6 uur n.m. ge-
bruik te maken
en voorts onder de volgende voorwaarden:
a. het verschuldigde standplaatsgeld moet bij vooruitbetaling
worden voldaan;
b. de vergunninghoudster mag zich niet van de op haar stand-
plaats uitgestalde waren verwijderen en deze onbeheerd
achter laten, of toe vertrouwen aan een niet-rechthebben-
de op die plaats;
c. de vergunninghoudster mag alleen persoonlijk van deze
vergunning gebruik maken en zich bij den verkoop niet
door helpers of helpsters doen bijstaan;
d. de vergunninghoudster mag geen grootere oppervlakte ge-
bruiken dan van 1 M bij 1/2 M; Dit document is een officiële wijziging van een eerder verleende vergunning voor straathandel. Het bevat strikte regels die typerend waren voor de gemeentelijke bureaucratie in de jaren '30:
* Locatie: De standplaats is zeer specifiek omschreven: het verhoogde voetpad bij de Plantage Kerklaan, direct tegenover de dierentuin Artis. Dit was een commercieel gunstige plek voor de verkoop van versnaperingen.
* Product en middelen: De vergunning is strikt beperkt tot de verkoop van pinda's vanuit één mand. De maximale oppervlakte is vastgesteld op een bescheiden 0,5 m² (1m bij 0,5m).
* Tijden: Er wordt een scherp onderscheid gemaakt tussen het hoogseizoen (dagelijks van april t/m september) en de wintermaanden, waarin alleen op zondagen en feestdagen verkocht mag worden.
* Persoonlijk karakter: De vergunning is persoonsgebonden; Sophia mag zich niet laten vervangen of bijstaan door anderen.
* Administratie: De diverse blauwe onderstrepingen en stempels tonen aan dat dit document door meerdere administratieve lagen is gegaan ter controle. Dit document geeft een beeld van de kleinschalige straathandel in Amsterdam vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De aanvraagster, Sophia Goudsmit-Stofkooper, woonde aan het Rapenburg (huisnummer 100), destijds een straat in de Joodse buurt van Amsterdam. Voor veel bewoners in deze buurt was de verkoop van pinda's of andere kleine waren een essentiële, zij het bescheiden, bron van inkomsten.
De historische context is wrang: Sophia Goudsmit-Stofkooper is, volgens oorlogsarchieven, in 1943 in Sobibor vermoord. Dit afschrift uit 1939 is daarmee een van de laatste officiële sporen van haar pogingen om in haar eigen levensonderhoud te voorzien in Amsterdam, kort voordat de anti-Joodse maatregelen van de bezetter dergelijke economische activiteiten onmogelijk zouden maken.