Afschrift van een officiële vergunning (gemeentebesluit).
Origineel
Afschrift van een officiële vergunning (gemeentebesluit). 19 of 20 juli 1939 (gebaseerd op handgeschreven aantekeningen). [Handgeschreven, paarse inkt:]
Nº 39/128/6M. 1939 20/7
[Handgeschreven, zwarte inkt:] M. Müller DM 1/1
Zea. Unde Caer
No. 5/255 L.M. 1939. Afschrift.
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Gezien een adres van Joseph Naarden, geboren 25 September 1883, wonende Nieuwe Kerkstraat 61, waarbij vergunning wordt verzocht tot het innemen eener standplaats met een handkar ten verkoop van fruit op den openbaren weg;
Geven adressant te kennen, dat hem onder intrekking van de hem d.d. 1 April 1939, No. 5/540 L.M. 1938, verleende vergunning tot wederopzeggens toe, wordt toegestaan een standplaats in te nemen met een handkar ten verkoop van fruit op den openbaren weg het verhoogde voetpad van de Plantage Kerklaan, onmiddellijk tegen en evenwijdig aan het tuinhek, behoorende bij perceel Plantage Franschelaan 42, om hiervan in de maanden Mei tot en met September dagelijks gebruik te maken van 9 uur des voormiddags tot 8 uur des namiddags, en voorts onder de volgende voorwaarden:
a. het verschuldigde standplaatsgeld moet bij vooruitbetaling worden voldaan;
b. de vergunninghouder mag alleen persoonlijk van deze vergunning gebruik maken en zich bij den verkoop niet doen bijstaan;
c. de kar mag geen grootere afmeting dan 1.40 m bij 3 m hebben;
d. boven de kar mag zich niets anders bevinden dan een zeil of een andere bedekking van een afmeting niet grooter dan de oppervlakte van de kar, welke bedekking alleen aan de kar en niet, op welke wijze ook, aan de straat of anderszins mag worden vastgemaakt;
e. aan de kar mag zich geen omheining bevinden, hetzij van zeildoek, hetzij van getimmerte, zoodat het uitzicht boven, onder en langs de kar naar alle zijden vrij blijve;
f. onder de kar of in de onmiddellijke nabijheid daarvan, mogen zich geen voorwerpen bevinden van welken aard ook;
g. de straat onder en in de nabijheid van de kar moet rein blijven;
h. de vergunninghouder moet op de eerste aanzegging van de Politie de aangewezen plaats ontruimen, indien dit in het belang van de openbare orde of van het openbaar verkeer, door deze noodig wordt geoordeeld, zullende de weder ingebruikneming niet mogen geschieden, dan met haar toestemming, terwijl alle overige aanwijzingen door haar te geven, stipt moeten worden nageleefd;
i. deze vergunning zal op eerste aanvraag aan alle ambtenaren van de Politie en het Marktwezen ter inzage moeten worden overhandigd, zoomede de kwitantie betreffende het betaalde standplaatsgeld over de loopende, c.q. voorafgaande week.
Deze vergunning zal dadelijk aan het bureau van de 2e afdeeling der 1e Politie-sectie en aan het hoofdkantoor van den Dienst van het Marktwezen moeten worden vertoond en niet van kracht zijn, wanneer niet tevens wordt vertoond een kwitantie,
[Handgeschreven onderaan:]
toegezonden 19/7 '39 Dit document is een getypt afschrift van een besluit van het Amsterdamse college van B&W uit juli 1939. Het betreft de toekenning van een seizoensgebonden standplaatsvergunning voor een fruithandelaar.
Kernpunten:
1. Locatie: De standplaats bevindt zich op het verhoogde voetpad van de Plantage Kerklaan, nabij de Plantage Franschelaan (de huidige Henri Polaklaan).
2. Strenge Regelgeving: De voorwaarden (a t/m i) getuigen van een strikte regulering van de openbare ruimte. De kar moet aan exacte maten voldoen, mag niet worden afgeschermd (om het zicht niet te belemmeren) en de verkoper mag geen hulp hebben.
3. Controle: De vergunning is pas geldig in combinatie met een betalingsbewijs (kwitantie) en moet direct getoond kunnen worden aan de politie of ambtenaren van het Marktwezen.
4. Administratieve overgang: Deze vergunning vervangt een eerdere vergunning van 1 april 1939. Historisch kader:
Het document dateert van juli 1939, slechts enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en minder dan een jaar voor de Duitse bezetting van Nederland. De locatie (Plantagebuurt/Nieuwe Kerkstraat) bevond zich in het hart van de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam.
Persoonlijke context:
De geadresseerde, Joseph Naarden, woonde in de Nieuwe Kerkstraat 61. Uit archiefonderzoek (o.a. het Joods Monument) blijkt dat Joseph Naarden inderdaad een Joodse Amsterdammer was. Veel van deze kleine zelfstandigen in de straathandel verloren tijdens de bezetting hun vergunningen door anti-Joodse maatregelen. Het document is daarmee een wrange getuigenis van een gereguleerd, maar nog vrij bestaan vlak voor de Shoah. De administratieve precisie van de gemeente Amsterdam in 1939 zou later door de bezetter worden gebruikt voor de uitsluiting en registratie van Joodse burgers.