Officieel uittreksel (extract) uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders.
Origineel
Officieel uittreksel (extract) uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders. 5 mei 1939. (Handgeschreven toevoegingen zijn tussen vierkante haken [ ] geplaatst)
№ 1/35/1 [M. 1039] [23/5] [Marktv.]
Gezien No. 44/35 A.Z. 1939. Collecte Zionistenbond.
[v Rho] / 341 L.m. 1939
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Vrijdag, 5 Mei 1939.
De Voorzitter brengt ter tafel het verzoek van de afdeeling Amsterdam van den Nederlandschen Zionistenbond, haar vergunning te verleenen tot het houden van een collecte aan de huizen van Joodsche ingezetenen op Zondag 21 Mei 1939, alsmede een nota te dezer zake van het Hoofd der afdeeling Algemeene Zaken.
Na bespreking besluit de vergadering tot inwilliging van het verzoek.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Algemeene Zaken (5 stuks) en Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (2 stuks).
A.G. Voor eensluidend extract,
[paraaf] de Secretaris,
(get.) VAN LIER. Dit document is een officieel bewijs van een bestuursbesluit in de stad Amsterdam, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het college van B&W geeft toestemming aan de Nederlandsche Zionistenbond om een collecte te houden.
Opvallend is de specificatie dat de collecte gehouden mag worden "aan de huizen van Joodsche ingezetenen". Dit duidt op een gerichte actie binnen de eigen gemeenschap, wat in die tijd gebruikelijk was voor levensbeschouwelijke of politieke organisaties. Het besluit wordt breed verspreid binnen de gemeentelijke bureaucratie, waaronder opvallend genoeg ook naar de afdeling die toezicht hield op bad- en zweminrichtingen, wat mogelijk te maken heeft met de controle op openbare orde of specifieke locaties waar de doelgroep samenkwam. Mei 1939 was een precaire periode. De dreiging van nazi-Duitsland was tastbaar en de Joodse gemeenschap in Amsterdam bereidde zich op verschillende manieren voor op de toekomst. De Nederlandsche Zionistenbond (NZB) streefde naar de stichting van een Joods nationaal tehuis in Palestina. De noodzaak voor fondsenwerving was in 1939 groot, mede door de stroom Joodse vluchtelingen uit Duitsland en Oostenrijk.
De secretaris die het document ondertekende, Mr. M.J. van Lier, was een belangrijke functionaris binnen het Amsterdamse stadhuis. Minder dan een jaar na dit besluit zou de Duitse bezetting beginnen, waarna dit soort administratieve gegevens over de Joodse bevolking door de bezetter voor sinistere doeleinden zouden worden aangewend. A.G. Voor M.J. van Lier Gemeente Amsterdam Stadhuis