Afschrift van een officiële beschikking van het college van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Origineel
Afschrift van een officiële beschikking van het college van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. 8 september 1939 (datum van uitgifte onderaan) / 9 september 1939 (stempel bovenaan). [Stempel bovenaan:] № 39/191/6M. 1939 9/9
[Handgeschreven aantekeningen:] M. Muller B.M. / secr. m. m. beer
No.633 L.M.1939. [Onderstreept:] Afschrift.
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Gelet op hun beschikking d.d. 19 Januari 1937, No.5/1397 L.M. 1936, waarbij aan [Onderstreept:] Joël Cosman, geboren 31 Mei 1903, wonende Gelderschekade 47/I, vergunning werd verleend tot het innemen van een vaste standplaats met een mand ten verkoop van bloemen op den openbaren weg;
Overwegende, dat het noodzakelijk is, de voorwaarden, waaronder deze vergunning is verleend, aan te vullen;
Geven belanghebbende te kennen, dat hem, onder intrekking van hun bovenaangehaalde beschikking, tot wederopzeggens toe, wordt toegestaan een standplaats in te nemen met een mand ten verkoop van bloemen op den openbaren weg,
a. [Onderstreept:] het Damrak, naast en aan den Noordkant tegen den aldaar staanden trammast, tegenover perceel No.101;
b. [Onderstreept:] den Grimburgwal, aan den waterkant, achter het niet verhoogde voetpad, tegenover de scheiding van de perceelen Grimburgwal 9 en 11,
[Onderstreept:] om hiervan voor wat de onder a. genoemde plaats betreft, dagelijks vanaf 8 uur v.m., uitgezonderd des Zondags, den geheelen dag en des Woensdags en des Vrijdags van 12 uur 's middags tot 2.30 uur n.m., gedurende de tijden, waarop het venten met genoemd artikel, volgens de Verordening op de Winkelsluiting is toegestaan en voor wat de onder b. genoemde plaats betreft des Zondags, Woensdags en Vrijdags van 12 uur 's-middags tot 2.30 uur n.m. gebruik te maken.
en voorts onder de volgende voorwaarden:
a. het verschuldigde standplaatsgeld moet bij vooruitbetaling worden voldaan;
b. [Onderstreept:] de vergunninghouder mag alleen persoonlijk van deze vergunning gebruik maken, zich bij den verkoop niet doen bijstaan en geen andere standplaats innemen, dan de hem door de Politie aangewezene;
c. [Onderstreept:] het is den vergunninghouder ten strengste verboden zijn waren luidkeels aan te prijzen;
d. noch op, noch nabij de aangewezen standplaats mogen banken, kisten, emmers water of andere voorwerpen worden geplaatst;
e. het op eenigerlei wijze op-of uitbouwen van de gebezigde mand is niet toegestaan;
f. de vergunninghouder mag geen grootere oppervlakte gebruiken dan een van 1 M. bij 1/2 M.;
g. de aanwijzingen, in het belang der openbare orde door de Politie te geven, moeten stipt worden nageleefd;
[Handgeschreven:] uitgev. 8/9 39 Dit document is een administratief besluit dat zeer specifiek de rechten en plichten van een Amsterdamse straatverkoper vastlegt. De belangrijkste punten zijn:
- Locatiewijziging/Specificatie: De vergunninghouder, Joël Cosman, krijgt toestemming voor twee specifieke locaties: het Damrak (bij de tramhalte tegenover nummer 101) en de Grimburgwal.
- Strenge Tijdsregulering: Er wordt een complex schema gehanteerd waarbij de verkoper op bepaalde dagen en uren moet wijken van zijn primaire plek (Damrak) naar de Grimburgwal, waarschijnlijk om de doorstroom van het publiek of marktactiviteiten te reguleren.
- Gedragsvoorschriften: De voorwaarden reflecteren de toenmalige visie op openbare orde. Er is een expliciet verbod op "luidkeels aanprijzen" (schreeuwen) en het is strikt verboden om extra hulpmiddelen zoals kisten of emmers water bij de mand te hebben. De verkoopruimte is beperkt tot een bescheiden 1 bij 0,5 meter.
- Persoonlijk karakter: De vergunning is strikt persoonsgebonden; Cosman mag zich niet laten vervangen of helpen. Het document dateert van september 1939. Dit is een historisch cruciaal moment: de maand waarin de Tweede Wereldoorlog uitbrak met de Duitse inval in Polen. Nederland was op dat moment gemobiliseerd en neutraal.
Hoewel het document een standaard gemeentelijke handeling lijkt, krijgt het een beladen lading door de identiteit van de betrokkene. Joël Cosman was een Joodse Amsterdammer. In de jaren dertig waren veel Joodse burgers werkzaam in de ambulante handel (straatverkoop). Na de Duitse bezetting van Nederland in mei 1940 zouden dit soort vergunningen voor Joden stelselmatig worden ingetrokken als onderdeel van de anti-Joodse maatregelen. Dit document toont de situatie aan de vooravond van die ingrijpende veranderingen, waarin het leven van een bloemenverkoper nog werd beheerst door strikte, maar reguliere stedelijke bureaucreatie.