Handgeschreven brief (zakelijke correspondentie).
Origineel
Handgeschreven brief (zakelijke correspondentie). Vrijdag 12 augustus (jaar volgens stempel: 1939). J. Wertheim, Amstellaan 7 II, Amsterdam-Zuid. vrijdag 12 augustus
Mijnen Heeren bij
deezen doe ik u Meede-
deelen als dat ik
Wertheim de stand-
plaats opzeg van den
hoek van den Krommeburgs-
straat om de eenvoude reeden
als dat die tramhaltes
voor mij geen doen meer
toch in den loop van den
week kom ik mij vergunne
te rug brengen verdere betaalingen
worden door
mij niet
J Wertheim meer
betaald
Amstellaan Nº 7 II
Zuid * Taal en Spelling: De brief is geschreven in een wat verouderd Nederlands ("Mijnen Heeren", "deezen", "betaalingen"). De zinsbouw is enigszins informeel ("als dat ik", "geen doen meer").
* Inhoud: De heer Wertheim zegt zijn standplaats op de hoek van de Krommeburgsstraat op. Hij geeft aan dat de tramhalte(s) voor hem niet langer rendabel of praktisch zijn ("geen doen meer"). Hij kondigt aan in de loop van de week zijn vergunning te komen inleveren en stelt dat er vanaf dat moment geen betalingen meer zullen plaatsvinden.
* Identificatie: De afzender is J. Wertheim, woonachtig aan de Amstellaan 7-II in Amsterdam-Zuid. De straatnaam in de tekst lijkt te lezen als "Krommeburgsstraat", hoewel dit mogelijk een verschrijving is van een nabijgelegen straat (gezien de context in Amsterdam-Zuid). * Historische context: De brief dateert van augustus 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was het gebruikelijk dat kleine ondernemers (zoals krantenverkopers of bloemisten) een standplaatsvergunning hadden nabij drukke tramhaltes.
* Administratief proces: De stempels en handgeschreven notities ("mi Hr. Muller", "17/8") duiden op een ambtelijke verwerking van de opzegging. De code "Nº 39/194/1" verwijst waarschijnlijk naar een dossier- of volgnummer binnen het gemeentelijk archief of de administratie van het vervoerbedrijf (GVB). De Amstellaan werd later (na de oorlog) omgedoopt tot de Vrijheidslaan.
Samenvatting
- Taal en Spelling: De brief is geschreven in een wat verouderd Nederlands ("Mijnen Heeren", "deezen", "betaalingen"). De zinsbouw is enigszins informeel ("als dat ik", "geen doen meer").
- Inhoud: De heer Wertheim zegt zijn standplaats op de hoek van de Krommeburgsstraat op. Hij geeft aan dat de tramhalte(s) voor hem niet langer rendabel of praktisch zijn ("geen doen meer"). Hij kondigt aan in de loop van de week zijn vergunning te komen inleveren en stelt dat er vanaf dat moment geen betalingen meer zullen plaatsvinden.
- Identificatie: De afzender is J. Wertheim, woonachtig aan de Amstellaan 7-II in Amsterdam-Zuid. De straatnaam in de tekst lijkt te lezen als "Krommeburgsstraat", hoewel dit mogelijk een verschrijving is van een nabijgelegen straat (gezien de context in Amsterdam-Zuid).
Historische Context
- Historische context: De brief dateert van augustus 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was het gebruikelijk dat kleine ondernemers (zoals krantenverkopers of bloemisten) een standplaatsvergunning hadden nabij drukke tramhaltes.
- Administratief proces: De stempels en handgeschreven notities ("mi Hr. Muller", "17/8") duiden op een ambtelijke verwerking van de opzegging. De code "Nº 39/194/1" verwijst waarschijnlijk naar een dossier- of volgnummer binnen het gemeentelijk archief of de administratie van het vervoerbedrijf (GVB). De Amstellaan werd later (na de oorlog) omgedoopt tot de Vrijheidslaan.