Officieel afschrift van een besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Origineel
Officieel afschrift van een besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. N° 39/204 / M. 1939 23/8 [paarse stempel]
Afschrift
No. 5/332 L. M. 1939
[Wapen van de Gemeente Amsterdam]
BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN AMSTERDAM,
Gezien een verzoek van Meijer Beugeltas, geboren 28 December 1902, wonende Rapenburgerstraat 46 IIv alhier, waarbij vergunning wordt verzocht, hem in afwijking van de bepalingen in hun beschikking d.d. 29 April 1939, No. 5/215 L.M. 1939, toe te staan, zich op zijn standplaats van 1 uur tot 3 uur namiddags te doen vervangen door zijn echtgenoote Anna Barmhartigheid, geboren 13 Januari 1908, teneinde zelf in de gelegenheid te zijn, in zijn woning het middagmaal te gebruiken;
Overwegende, dat hiertegen geen bezwaar bestaat;
Verleenen aan adressant tot wederopzeggend de gevraagde vergunning.
HD
Amsterdam, 29 Juni 1939.
Burgemeester en Wethouders voornoemd,
(get.) Kropman. [handtekening], Weth.
de Secretaris,
(get.) VAN LIER. [stempel]
Voor eensluidend afschrift
DE SECRETARIS,
[handtekening: Van Lier]
Leges ƒ 1.-.
[handgeschreven:] Uitge: 23/8 '39 Het document is een formeel besluit waarin de gemeente Amsterdam een kleine afwijking op een marktvergunning toestaat. Meijer Beugeltas, een marktkramer, krijgt toestemming om dagelijks tussen 13:00 en 15:00 uur zijn standplaats te verlaten om thuis te gaan eten. Gedurende die twee uur mag zijn vrouw, Anna Barmhartigheid, zijn plaats innemen.
De tekst is typerend voor de Nederlandse bureaucratie uit de jaren '30: zeer formeel en juridisch nauwkeurig, inclusief verwijzingen naar eerdere besluiten en de exacte geboortedata van de betrokkenen. De vermelding "IIv" bij het adres duidt op de tweede verdieping aan de voorzijde van het pand. De ondertekening is van wethouder J. Kropman en de gemeentesecretaris. Dit document stamt uit de zomer van 1939, vlak voor de inval in Polen en het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De historische context van de personen in het document is tragisch: Meijer Beugeltas en Anna Barmhartigheid woonden in de Rapenburgerstraat, een straat in het hart van de Joodse buurt van Amsterdam.
Hoewel dit document een alledaagse, vreedzame administratieve handeling beschrijft (toestemming om warm te gaan eten), krijgt het een zware lading door de latere geschiedenis. Uit oorlogsarchieven blijkt dat zowel Meijer als Anna in 1943 in het vernietigingskamp Sobibor zijn vermoord. Het document herinnert aan hun dagelijks leven als hardwerkende Amsterdammers in de laatste maanden voor de bezetting.