Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 15 augustus 1939. Isaac Cohen en Lea Coopman (Korte Koningsstraat 7, Amsterdam). Dienst van het Marktwezen, Amsterdam. [Linksboven stempel:]
№ 39/210/1 M. 1939
[Rechtsboven handgeschreven notitie in ander handschrift:]
Opbergen
Aan Cohen medegedeeld dat hij zich met zijn verzoek tot B. en W. moet wenden.
Zal daarom gehoord worden (?)
29-8-39
afd: [onleesbaar]
[Midden:]
Amsterdam, 15 Augustus 1939.
[Adres:]
Aan den Dienst van het Marktwezen.
Centr. Markt. Jan v. Galenstraat 10
Amsterdam. W.
[Onderwerp:]
Betreft: Standplaatsvergunningen.
Nº 5/204 t.n.v. Isaac Cohen.
Nº 5/293. " Lea Coopman echtgenoote van Isaac Cohen.
[Aanhef:]
Wel Ed Heer,
[Body:]
Hiermede verzoeken ondergeteekende Isaac Cohen en Lea Coopman, echtgenoote van Isaac Cohen, wegens de ongunstige tijdsomstandigheden, waardoor sinds 1 ½ jaar door hun geen gebruik is gemaakt van de op bovengenoemde verstrekte standplaatsen, resp. Markensteeg 3-5 en Korte Houtstraat 22, te mogen worden ontheven van de rechten van deze standplaatsen, echter met dien verstande, dat bij verbetering van den handel, weder aanspraak op bovengenoemde plaatsen mag worden gemaakt en weder mogen worden ingenomen.
[Afsluiting:]
In afwachting van Uw, naar ik hoop gunstige berichten, teekenen wij
Hoogachtend,
I Cohen
L. Cohen Coopman
[Linksonder:]
Korte Koningsstraat 7.
--- In deze brief verzoeken het echtpaar Isaac Cohen en Lea Coopman de Dienst van het Marktwezen om vrijstelling van de betaling van standplaatsrechten. Zij hebben twee specifieke standplaatsen (Markensteeg en Korte Houtstraat), maar geven aan dat zij deze door "ongunstige tijdsomstandigheden" al anderhalf jaar niet hebben kunnen exploiteren.
Opmerkelijk is de voorwaarde die zij stellen: zij willen hun rechten op deze specifieke plekken behouden voor het geval de handel in de toekomst verbetert. Uit de ambtelijke notitie rechtsboven blijkt dat het verzoek niet direct door deze dienst kon worden ingewilligd; de verzoeker werd doorverwezen naar Burgemeester en Wethouders (B&W). Dit document dateert van augustus 1939, slechts twee weken voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De term "ongunstige tijdsomstandigheden" verwijst waarschijnlijk naar de economische malaise van de late jaren '30, die de Joodse marktkooplieden in Amsterdam extra hard trof.
De adressen (Korte Koningsstraat en de standplaatsen in de Markensteeg/Korte Houtstraat) bevinden zich in het hart van de oude Amsterdamse Jodenbuurt. Dit document is een stille getuige van de precaire economische situatie van Joodse Amsterdammers vlak voor de bezetting. Uit archiefonderzoek (zoals de Joods Monument-database) blijkt vaak dat personen uit dergelijke dossiers de oorlog niet hebben overleefd, wat deze zakelijke correspondentie een beladen historische lading geeft. L. Cohen Marktwezen
Samenvatting
In deze brief verzoeken het echtpaar Isaac Cohen en Lea Coopman de Dienst van het Marktwezen om vrijstelling van de betaling van standplaatsrechten. Zij hebben twee specifieke standplaatsen (Markensteeg en Korte Houtstraat), maar geven aan dat zij deze door "ongunstige tijdsomstandigheden" al anderhalf jaar niet hebben kunnen exploiteren.
Opmerkelijk is de voorwaarde die zij stellen: zij willen hun rechten op deze specifieke plekken behouden voor het geval de handel in de toekomst verbetert. Uit de ambtelijke notitie rechtsboven blijkt dat het verzoek niet direct door deze dienst kon worden ingewilligd; de verzoeker werd doorverwezen naar Burgemeester en Wethouders (B&W).
Historische Context
Dit document dateert van augustus 1939, slechts twee weken voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De term "ongunstige tijdsomstandigheden" verwijst waarschijnlijk naar de economische malaise van de late jaren '30, die de Joodse marktkooplieden in Amsterdam extra hard trof.
De adressen (Korte Koningsstraat en de standplaatsen in de Markensteeg/Korte Houtstraat) bevinden zich in het hart van de oude Amsterdamse Jodenbuurt. Dit document is een stille getuige van de precaire economische situatie van Joodse Amsterdammers vlak voor de bezetting. Uit archiefonderzoek (zoals de Joods Monument-database) blijkt vaak dat personen uit dergelijke dossiers de oorlog niet hebben overleefd, wat deze zakelijke correspondentie een beladen historische lading geeft.