Handgeschreven verzoekschrift / zakelijke brief.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift / zakelijke brief. 6 november 1939. Th. L. Kreutz, wonende aan de Lange Leidschedwarsstraat 114 huis, Amsterdam C. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een vergelijkbare gemeentelijke instantie). [Bovenaan links, stempel/kenmerk:]
Nº 39/293/1
[Bovenaan midden, stempel/kenmerk:]
M. 1939 7/11
[Rechtsboven:]
A'dam, 6 Nov. 1939
h.v. Insp.
[Aanhef:]
Geachte Heer Directeur,
[Inhoud:]
Beleefd wilde ik U verzoeken, of U geen
gunstiger beschikking kunt treffen, om het
door mij verschuldigd bedrag 3 Weken voor
standplaats, een paar Weken gedult te heben
omdat ik op het Oogenblik zonder verdienste
zit en U gaarne wil betaalen, mocht ik van U
geen teegenbericht ontfangen zoo zie ik hierdoor
U welwillende hulp om noch een paar Weken
gedult te heben. U dankend teeken ik
[Ondertekening:]
Th. L. Kreutz.
L. Leidschestr. No. 114 hs A'dam. C. * Taal en Spelling: De brief bevat verschillende archaïsche en fonetische spellingen die typerend zijn voor die tijd of voor iemand met een beperkte schoolopleiding, zoals "gedult" (geduld), "heben" (hebben), "betaalen" (betalen), "teegenbericht" (teegenbericht), "ontfangen" (ontvangen) en "noch" (nog).
* Inhoud: De schrijver, Th. L. Kreutz, verzoekt om uitstel van betaling voor de huur van een "standplaats" over een periode van drie weken. Als reden voert hij aan dat hij momenteel "zonder verdienste" zit (werkloos of geen omzet). Hij stelt dat hij bij het uitblijven van een tegenbericht ervan uitgaat dat het uitstel is verleend.
* Toon: De toon is uiterst beleefd en nederig ("Beleefd wilde ik U verzoeken", "U welwillende hulp"), wat gebruikelijk was in correspondentie van burgers naar officiële instanties in de vroege 20e eeuw. Dit document dateert van net voor de Duitse inval in Nederland, in een periode waarin de economische gevolgen van de crisisjaren 30 nog voelbaar waren en de mobilisatie voor extra onzekerheid zorgde. De "standplaats" wijst erop dat de afzender een marktkraamhouder of straatverkoper was. In Amsterdam waren deze standplaatsen streng gereguleerd door de gemeente. Het adres (Lange Leidschedwarsstraat 114) bevond zich in een dichtbevolkte volksbuurt in het centrum. Dergelijke brieven zijn waardevolle bronnen voor sociaal-economisch onderzoek naar de levensomstandigheden van kleine zelfstandigen en de werking van lokale overheden in de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. L. Kreutz L. Leidschestr
Samenvatting
- Taal en Spelling: De brief bevat verschillende archaïsche en fonetische spellingen die typerend zijn voor die tijd of voor iemand met een beperkte schoolopleiding, zoals "gedult" (geduld), "heben" (hebben), "betaalen" (betalen), "teegenbericht" (teegenbericht), "ontfangen" (ontvangen) en "noch" (nog).
- Inhoud: De schrijver, Th. L. Kreutz, verzoekt om uitstel van betaling voor de huur van een "standplaats" over een periode van drie weken. Als reden voert hij aan dat hij momenteel "zonder verdienste" zit (werkloos of geen omzet). Hij stelt dat hij bij het uitblijven van een tegenbericht ervan uitgaat dat het uitstel is verleend.
- Toon: De toon is uiterst beleefd en nederig ("Beleefd wilde ik U verzoeken", "U welwillende hulp"), wat gebruikelijk was in correspondentie van burgers naar officiële instanties in de vroege 20e eeuw.
Historische Context
Dit document dateert van net voor de Duitse inval in Nederland, in een periode waarin de economische gevolgen van de crisisjaren 30 nog voelbaar waren en de mobilisatie voor extra onzekerheid zorgde. De "standplaats" wijst erop dat de afzender een marktkraamhouder of straatverkoper was. In Amsterdam waren deze standplaatsen streng gereguleerd door de gemeente. Het adres (Lange Leidschedwarsstraat 114) bevond zich in een dichtbevolkte volksbuurt in het centrum. Dergelijke brieven zijn waardevolle bronnen voor sociaal-economisch onderzoek naar de levensomstandigheden van kleine zelfstandigen en de werking van lokale overheden in de vooravond van de Tweede Wereldoorlog.