Afschrift van een officiële vergunning voor een standplaats.
Origineel
Afschrift van een officiële vergunning voor een standplaats. No 39/2971 M. 1939 6/11 [handgeschreven]
M. Müller [handgeschreven]
No. 5/632 L.M. 1939. Afschrift.
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Gezien een adres van Marcus Jut, geboren 19 Juni 1906, wonende Tugelaweg 78 II, waarbij vergunning wordt verzocht tot het innemen eener standplaats met een mand ten verkoop van bloemen op den open-baren weg;
Geven adressant te kennen, dat hem tot wederopzeggens toe, doch niet langer dan tot het tijdstip, waarop C. Mays de in deze vergunning bedoelde standplaats weer wenscht te bezetten, wordt toegestaan een standplaats in te nemen met een mand ten verkoop van bloemen, op den openbaren weg, het verhoogde voetpad van de Maasstraat, nabij den rij-weg, vóór den toegang van de perceelen Maasstraat 112-114, om daarvan aanvangende te 9 uur v.m., dagelijks, behalve des Zondags, gebruik te maken, gedurende de tijden, waarop het venten met genoemd artikel, volgens de Verordening op de winkelsluiting is toegestaan, en voorts onder de volgende voorwaarden:
a. het verschuldigde standplaatsgeld moet bij vooruitbetaling worden voldaan;
b. de vergunninghouder mag alleen persoonlijk van deze vergunning ge-bruik maken en zich bij den verkoop niet doen bijstaan en geen andere standplaats innemen, dan de hem door de politie aangewezene;
c. noch op, noch nabij de aangewezen standplaats mogen banken, kisten, emmers water of andere voorwerpen worden geplaatst;
d. het op eenigerlei wijze op- of uitbouwen van de gebezigde mand is niet toegestaan;
e. de vergunninghouder mag geen grootere oppervlakte gebruiken dan een van 1 M. bij 1 ½ M.;
f. als brandstof voor de met vloeibare brandstof gevulde lampen, mag geen benzine worden gebruikt, terwijl de naaldafsluiter, welke zich bevindt in de brandstofleiding tusschen het brandstofreservoir en de lichtbron, van een aanslag voor den open stand moet zijn voorzien;
g. de aanwijzingen, in het belang der openbare orde door de Politie te geven, moeten stipt worden nageleefd;
h. de vergunninghouder moet op de eerste aanzegging der Politie de aan-gewezen plaats ontruimen, indien dit in het belang van de openbare orde of van het openbaar verkeer door deze wordt noodig geoordeeld, zullende de weder ingebruikneming niet mogen geschieden, dan met haar toestemming;
i. de vergunning zal op eerste aanvraag aan alle ambtenaren van de Poli-tie en het Marktwezen ter inzage moeten worden overhandigd, zoomede de kwitantie betreffende het betaalde standplaatsgeld over de loopen-de week.
Deze vergunning zal dadelijk aan het bureau van de 2e afdeeling der 5e Politiesectie en aan het hoofdkantoor van den Dienst van het Marktwezen moeten worden vertoond en niet van kracht zijn, wanneer niet tevens wordt vertoond een kwitantie, waaruit blijkt, dat het standplaats geld over de loopende week is betaald.
J. [handgeschreven paraaf] Amsterdam, den 8 November 1939.
Leges f. 1.-- Burgemeester en Wethouders voornoemd,
(get.) DE VLUGT
Voor eensluidend afschrift, de Secretaris,
de Secretaris, (get.) VAN LIER.
[handgeschreven handtekening/paraaf]
uitgeg. 9/11 '39 [handgeschreven] Dit document is een tijdelijke vergunning voor straathandel in Amsterdam. Het betreft een zeer specifiek verlof voor de heer Marcus Jut om bloemen te verkopen vanuit een mand op een exacte locatie in de Maasstraat.
Opvallende elementen zijn:
* Tijdelijkheid: De vergunning is precair; Jut mag de plek alleen bezetten totdat de vorige houder, C. Mays, besluit terug te keren.
* Strikte regels: Er zijn stringente voorwaarden (a t/m i) verbonden aan de vergunning, variërend van de maximale afmeting van de standplaats (1 x 1,5 meter) tot een verbod op het gebruik van benzine in lampen (veiligheidsvoorschrift).
* Persoonlijk karakter: De vergunning is strikt persoonsgebonden; Jut mag zich niet laten helpen door anderen.
* Handhaving: Er is een duidelijke rol weggelegd voor zowel de Politie als de Dienst van het Marktwezen voor controle op betaling en orde. Het document dateert van november 1939. Nederland bevond zich op dat moment in de periode van de mobilisatie voor de Tweede Wereldoorlog, hoewel het land nog neutraal was. In Amsterdam was de Maasstraat een relatief nieuw deel van de stad (de Rivierenbuurt), die in de jaren '20 en '30 was ontwikkeld.
De bureaucratische taal en de gedetailleerde voorwaarden illustreren hoe de gemeente Amsterdam de openbare ruimte en de informele economie (straathandel) in die tijd strak reguleerde. De vermelding van "de Verordening op de winkelsluiting" toont aan dat straatverkopers gebonden waren aan dezelfde tijden als fysieke winkels om oneerlijke concurrentie te voorkomen. De naam "M. Müller" rechtsboven wijst waarschijnlijk op de behandelend ambtenaar of de archivaris die het document indertijd verwerkte. C. Mays G. van Lier Gemeente Amsterdam Marktwezen Politie