Brief/Rapport (mogelijk een doorslag of kopie van een officieel schrijven).
Origineel
Brief/Rapport (mogelijk een doorslag of kopie van een officieel schrijven). 8 februari 1939. 2 8 Februari 9
40/1/1 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
missive no.198 L.M.1938) meegedeeld, dat het verzoek tot
verplaatsing der automarkt naar een ander stadsgedeelte niet
voor inwilliging vatbaar is. Er wordt echter thans op gelet,
dat zoo min mogelyk rumoer ontstaat, terwyl ook, door de po-
litie wordt gezorgd, dat de auto's zoo spoedig mogelyk na het
sluitingsuur de markt verlaten. Het schynt, dat een en ander
vry goede resultaten heeft gehad, want sedertdien zyn geen
klachten omtrent deze markt meer te myner kennis gekomen.
De moeilykheid, dat in de omgeving der markt veel
auto's parkeeren, werd behandeld in myn rapport d.d. 23 Au-
gustus 1937 (No.40/5/1 M). Naar aanleiding daarvan rappor-
teerde de Hoofdcommissaris van Politie op 25 October 1937
(No.566 L.M.1937), dat zoo veel mogelyk zal worden gecontrô-
leerd, teneinde te voorkomen, dat buiten de markt auto's
worden geparkeerd, die in werkelykheid te koop staan. Inder-
daad heb ik den indruk, dat het bedoelde euvel den laatsten
tyd binnen redelyke perken blyft.
In bylage dezes heb ik de eer U een overzicht te
geven van de bezetting en de opbrengst aan marktgeld van de
automarkt sedert haar instelling op 24 Mei 1937 tot heden.
Uit dit overzicht blykt, dat de gemiddelde inkomsten per
marktavond des zomers ± f 40,- (dus de opbrengst van ± 130
plaatsen), des winters ± f 25,- (de opbrengst van ± 80 plaat-
sen) bedragen. De totale opbrengst aan marktgeld was in 1938:
f 1610,70 (voor 5369 plaatsen).
De personeelsbezetting van de automarkt is de na-
volgende: Van 24 Mei 1937 tot 22 November 1937 waren per
avond 1 marktopzichter en 3 contrôleurs op deze markt werk-
zaam. De marktopzichter was met de leiding belast, terwyl de
contrôleurs de inning van het marktgeld en het regelen der
plaatsen verzorgden. Vanaf 22 November 1937 doen uitsluitend
3 contrôleurs op de automarkt dienst; één van hen is dan
tevens met de leiding belast.
Voor de automarkt zyn geen ambtenaren in dienst Het document is een ambtelijk verslag over de toestand van de Amsterdamse automarkt, bijna twee jaar na de oprichting ervan in 1937. De belangrijkste punten zijn:
- Handhaving en overlast: Er is sprake geweest van klachten over geluidsoverlast en de wens de markt te verplaatsen, wat is afgewezen. De politie ziet nu strenger toe op het tijdig verlaten van het terrein.
- Oneigenlijk gebruik openbare weg: Er was een probleem met auto's die buiten het marktterrein geparkeerd werden om zo de marktgelden te ontduiken ("die in werkelykheid te koop staan"). Volgens de schrijver is dit probleem nu onder controle.
- Financiën: De markt brengt in de zomer gemiddeld 40 gulden per avond op en in de winter 25 gulden. De jaaropbrengst over 1938 bedroeg ruim 1610 gulden.
- Personeel: Per november 1937 is de bezetting teruggebracht van vier naar drie personen (geen ambtenaren, maar controleurs). Dit document stamt uit de periode vlak voor de Tweede Wereldoorlog. De automarkt in Amsterdam was destijds een relatief nieuw verschijnsel, wat de groeiende populariteit van de auto in de jaren '30 weerspiegelt. Interessant is dat de rapportage is gericht aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen"; in die tijd vielen marktzaken (inclusief niet-voedselgerelateerde markten) vaak onder dit specifieke wethouderschap. De spelling (bijv. 'mogelyk', 'tyd') is kenmerkend voor de vooroorlogse Nederlandse ambtenarij. De genoemde bedragen in guldens hebben naar huidige maatstaven een aanzienlijk hogere koopkracht; 1610 gulden in 1938 zou nu een veelvoud daarvan waard zijn.