Archief 745
Inventaris 745-289
Pagina 178
Dossier 83
Jaar 1939
Stadsarchief

Verslag/Rapport (pagina 2) gericht aan een Wethouder.

8 februari 1939 (gezien de context "in 1938" en de gedeeltelijke datumstempel "8 Februari 9"). Van: Waarschijnlijk een gemeentelijke dienst of inspecteur van Amsterdam.

Origineel

Verslag/Rapport (pagina 2) gericht aan een Wethouder. 8 februari 1939 (gezien de context "in 1938" en de gedeeltelijke datumstempel "8 Februari 9"). Waarschijnlijk een gemeentelijke dienst of inspecteur van Amsterdam. 2                              8 Februari           9
40/1/1             den Heer Wethouder voor de
Amsterdam.                     Levensmiddelen

missive no.198 L.M.1938) meegedeeld, dat het verzoek tot verplaatsing der automarkt naar een ander stadsgedeelte niet voor inwilliging vatbaar is. Er wordt echter thans op gelet, dat zoo min mogelyk rumoer ontstaat, terwyl ook, door de politie wordt gezorgd, dat de auto's zoo spoedig mogelyk na het sluitingsuur de markt verlaten. Het schynt, dat een en ander vry goede resultaten heeft gehad, want sedertdien zyn geen klachten omtrent deze markt meer te myner kennis gekomen.

De moeilykheid, dat in de omgeving der markt veel auto's parkeeren, werd behandeld in myn rapport d.d. 23 Augustus 1937 (No.40/5/1 M). Naar aanleiding daarvan rapporteerde de Hoofdcommissaris van Politie op 25 October 1937 (No.566 L.M.1937), dat zoo veel mogelyk zal worden gecontrôleerd, teneinde te voorkomen, dat buiten de markt auto's worden geparkeerd, die in werkelykheid te koop staan. Inderdaad heb ik den indruk, dat het bedoelde euvel den laatsten tyd binnen redelyke perken blyft.

In bylage dezes heb ik de eer U een overzicht te geven van de bezetting en de opbrengst aan marktgeld van de automarkt sedert haar instelling op 24 Mei 1937 tot heden. Uit dit overzicht blykt, dat de gemiddelde inkomsten per marktavond des zomers ± f 40,- (dus de opbrengst van ± 130 plaatsen), des winters ± f 25,- (de opbrengst van ± 80 plaatsen) bedragen. De totale opbrengst aan marktgeld was in 1938: f 1610,70 (voor 5369 plaatsen).

De personeelsbezetting van de automarkt is de navolgende: Van 24 Mei 1937 tot 22 November 1937 waren per avond 1 marktopzichter en 3 contrôleurs op deze markt werkzaam. De marktopzichter was met de leiding belast, terwyl de contrôleurs de inning van het marktgeld en het regelen der plaatsen verzorgden. Vanaf 22 November 1937 doen uitsluitend 3 contrôleurs op de automarkt dienst; één van hen is dan tevens met de leiding belast.

Voor de automarkt zyn geen ambtenaren in dienst Dit document is een ambtelijke rapportage over de operationele status van de Amsterdamse automarkt, bijna twee jaar na de oprichting ervan in mei 1937. De tekst belicht drie belangrijke aspecten van stedelijk beheer in de jaren dertig:
1. Openbare orde en hinder: Er is sprake van eerdere klachten over "rumoer" en parkeeroverlast. De rapporteur concludeert dat de situatie verbeterd is door politie-ingrijpen bij sluitingstijd en strengere controle op "wilde" verkoop buiten het marktterrein.
2. Financiële exploitatie: De markt genereert inkomsten via stageld. Opvallend is het seizoensverschil: in de zomer is de markt aanzienlijk drukker (130 auto's tegenover 80 in de winter). De totale jaaropbrengst van 1938 bedroeg ruim 1610 gulden.
3. Bezuiniging en efficiëntie: Er is een wijziging in de personeelsbezetting doorgevoerd waarbij de functie van de aparte "marktopzichter" is komen te vervallen ten gunste van een model waarbij één van de drie controleurs de leiding neemt. Tevens wordt expliciet vermeld dat er geen vaste ambtenaren in dienst zijn, wat duidt op een kostenbewuste inzet van personeel. De automarkt in Amsterdam was in de jaren '30 een relatief nieuw fenomeen, voortvloeiend uit de snelle toename van het aantal motorvoertuigen. De markt viel onder de verantwoordelijkheid van de Wethouder voor de Levensmiddelen omdat marktzaken traditioneel tot dit mandaat behoorden.

Taalkundig vertoont de tekst kenmerken van het vooroorlogse Nederlands (zoals de spelling van "zoo", "mogelyk", "myner" en de buigings-n in "den laatsten tyd"). Historisch gezien is dit document interessant omdat het de vroege regulering van de tweedehands autohandel in een stedelijke omgeving illustreert, waarbij overheden moesten balanceren tussen economische activiteit en overlast voor omwonenden.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijke rapportage over de operationele status van de Amsterdamse automarkt, bijna twee jaar na de oprichting ervan in mei 1937. De tekst belicht drie belangrijke aspecten van stedelijk beheer in de jaren dertig:
1. Openbare orde en hinder: Er is sprake van eerdere klachten over "rumoer" en parkeeroverlast. De rapporteur concludeert dat de situatie verbeterd is door politie-ingrijpen bij sluitingstijd en strengere controle op "wilde" verkoop buiten het marktterrein.
2. Financiële exploitatie: De markt genereert inkomsten via stageld. Opvallend is het seizoensverschil: in de zomer is de markt aanzienlijk drukker (130 auto's tegenover 80 in de winter). De totale jaaropbrengst van 1938 bedroeg ruim 1610 gulden.
3. Bezuiniging en efficiëntie: Er is een wijziging in de personeelsbezetting doorgevoerd waarbij de functie van de aparte "marktopzichter" is komen te vervallen ten gunste van een model waarbij één van de drie controleurs de leiding neemt. Tevens wordt expliciet vermeld dat er geen vaste ambtenaren in dienst zijn, wat duidt op een kostenbewuste inzet van personeel.

Historische Context

De automarkt in Amsterdam was in de jaren '30 een relatief nieuw fenomeen, voortvloeiend uit de snelle toename van het aantal motorvoertuigen. De markt viel onder de verantwoordelijkheid van de Wethouder voor de Levensmiddelen omdat marktzaken traditioneel tot dit mandaat behoorden.

Taalkundig vertoont de tekst kenmerken van het vooroorlogse Nederlands (zoals de spelling van "zoo", "mogelyk", "myner" en de buigings-n in "den laatsten tyd"). Historisch gezien is dit document interessant omdat het de vroege regulering van de tweedehands autohandel in een stedelijke omgeving illustreert, waarbij overheden moesten balanceren tussen economische activiteit en overlast voor omwonenden.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Bepaling Waterlooplein 42.225
Aangegeven gevallen Waterlooplein 3060
J. Renz. Waterlooplein 6
W. Hartsuiker Waterlooplein
Alcoholhoudende dranken (*Spiritueux*) Waterlooplein 27.8
Alcoholhoudende dranken / *Spiritueux* Waterlooplein 25.1
A. Geboorte Waterlooplein 27.9
A. Geboorte Waterlooplein 25.1
Andere eet- en drinkwaren (*Autres denrées alimentaires*) Waterlooplein 1.2
Andere eet- en drinkwaren / *Autres denrées alimentaires* Waterlooplein 1.6
A. Schavrien Lepelstraat.(17)
Azijn (*Vinaigre*) Waterlooplein 0.4
Azijn / *Vinaigre* Waterlooplein 0.7
B. Dotsch Nieuwmarkt Noord-Westelijke vleugel van de brug over de N.Achtergracht tegenover den zijgevel van perceel Weesperstraat 140, tusschen een daar geplaatsten trammast en den eersten boom.(11)
B. Dotsch Waterlooplein
Belastingen naar het inkomen en vermogen Waterlooplein
Boek- en steendrukkerij Waterlooplein 44
P. Brood Waterlooplein 1.0
Brood / *Pain* Waterlooplein 1.7
Cacao en chocolade (*Cacao et chocolat*) Waterlooplein 0.4
Cacao en chocolade / *Cacao et chocolat* Waterlooplein 0.3
Chemische nijverheid Waterlooplein 2
Consumptieijs (*Glace de consommation*) Waterlooplein 3.7
Consumptieijs / *Glace de consommation* Waterlooplein 6.6
Dec., 1934 Waterlooplein Dec. '35
B. Diamant Waterlooplein 4
Diverse monsters / *Echantillons divers* Waterlooplein 6.4
Dividend- en tantièmebelasting Waterlooplein
E. Spreekmeester het verhoogde middengedeelte van het Jonas Daniel Meyerplein, recht tegenover de scheiding van de percelen no.18-20, achter de tweede rij boomen, ten Westen van het pompstation.(1)
E. Spreekmeester Waterlooplein
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6