Ambtelijk memorandum / handgeschreven verzoek.
Origineel
Ambtelijk memorandum / handgeschreven verzoek. 24 augustus 1937. 24 - 8 - 37
Verzoeke aanvrage van provinciaal
No H. Z. - 61900 bij den Com:
der Koningin in Zuid Holland
het bovengenoemde nummer was
nog niet bekend bij den verkeerspolitie
alhier ~~bekend~~, het nummer heb
ik nodig om de naam te weten te
komen in verband met een overtreding
op de Automarkt
Rijmans Dit document is een intern verzoek, vermoedelijk opgesteld door een politieambtenaar (ondertekend als "Rijmans"), gericht aan de Commissaris der Koningin in de provincie Zuid-Holland.
- Inhoud: De schrijver verzoekt om de naam van de eigenaar die hoort bij het provinciale kenteken H. Z. - 61900. De lokale verkeerspolitie beschikte blijkbaar niet over deze informatie in hun eigen registers.
- Aanleiding: De informatie is nodig voor de afhandeling van een "overtreding op de Automarkt". De Automarkt was waarschijnlijk een specifieke handelslocatie (mogelijk in Rotterdam of Den Haag) waar toezicht werd gehouden.
- Schrijfstijl: Er wordt gebruikgemaakt van de toen gangbare ambtelijke spelling en formuleringen, zoals "Verzoeke" en "den Commissaris". In regel 6 is het woord "bekend" doorgehaald, waarschijnlijk omdat de schrijver zich bedacht en de zin anders wilde formuleren. In 1937 maakte Nederland gebruik van een provinciaal kentekensysteem (ingevoerd in 1906 en gebruikt tot 1951). Elke provincie had een eigen lettercode; de letter H (en later de combinatie HZ) was gereserveerd voor de provincie Zuid-Holland.
Omdat de registers per provincie werden bijgehouden door het bureau van de Commissaris der Koningin, moesten politieagenten bij dit centrale punt navraag doen als zij een voertuigeigenaar wilden achterhalen voor een proces-verbaal. Dit document illustreert de omslachtige, handmatige administratie van de verkeershandhaving in het interbellum, waarbij voor een simpele kentekencheck een schriftelijk verzoek noodzakelijk was.
Samenvatting
Dit document is een intern verzoek, vermoedelijk opgesteld door een politieambtenaar (ondertekend als "Rijmans"), gericht aan de Commissaris der Koningin in de provincie Zuid-Holland.
- Inhoud: De schrijver verzoekt om de naam van de eigenaar die hoort bij het provinciale kenteken H. Z. - 61900. De lokale verkeerspolitie beschikte blijkbaar niet over deze informatie in hun eigen registers.
- Aanleiding: De informatie is nodig voor de afhandeling van een "overtreding op de Automarkt". De Automarkt was waarschijnlijk een specifieke handelslocatie (mogelijk in Rotterdam of Den Haag) waar toezicht werd gehouden.
- Schrijfstijl: Er wordt gebruikgemaakt van de toen gangbare ambtelijke spelling en formuleringen, zoals "Verzoeke" en "den Commissaris". In regel 6 is het woord "bekend" doorgehaald, waarschijnlijk omdat de schrijver zich bedacht en de zin anders wilde formuleren.
Historische Context
In 1937 maakte Nederland gebruik van een provinciaal kentekensysteem (ingevoerd in 1906 en gebruikt tot 1951). Elke provincie had een eigen lettercode; de letter H (en later de combinatie HZ) was gereserveerd voor de provincie Zuid-Holland.
Omdat de registers per provincie werden bijgehouden door het bureau van de Commissaris der Koningin, moesten politieagenten bij dit centrale punt navraag doen als zij een voertuigeigenaar wilden achterhalen voor een proces-verbaal. Dit document illustreert de omslachtige, handmatige administratie van de verkeershandhaving in het interbellum, waarbij voor een simpele kentekencheck een schriftelijk verzoek noodzakelijk was.