Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen (doorslag).
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen (doorslag). 2 mei 1939. De Directeur (van een Gemeentelijke Visafslag, locatie niet nader gespecificeerd in de tekst, maar mogelijk Scheveningen of IJmuiden). Directeur der Nederlandsche Visscherycentrale, Den Haag. [Handgeschreven, rechtsboven:] M. de [onleesbaar]
[Getypt, rechtsboven:] G.
[Getypt, linksboven:] 46A/21/2 M. [Handgeschreven ernaast:] Verzonden 2/5
[Getypt, rechts:] 2 Mei 1939.
[Adresblok:]
den Heer Directeur der Neder-
landsche Visscherycentrale,
Juliana van Stolbergplein 3/4,
's-Gravenhage.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 17 April jl.
(Afd.I No.1720) heb ik de eer U te berichten, dat op 21
April jl. door den heer M. Gerritse in den Gemeentelyken
Vischafslag alhier is aangevoerd de navolgende uit het bui-
tenland afkomstige visch (Deensche visch):
250 kg. schol; de netto-opbrengst bedroeg: ƒ 43,03.
[Ondertekening:]
De Directeur, Dit document is een administratieve rapportage over de handel in buitenlandse vis op de Nederlandse markt in het voorjaar van 1939.
* Inhoud: De brief dient als reactie op een informatieverzoek van de Nederlandsche Visscherycentrale. Er wordt melding gemaakt van een partij van 250 kilogram Deense schol, aangevoerd door een handelaar genaamd M. Gerritse. De netto-opbrengst van deze partij was 43,03 gulden.
* Administratieve kenmerken: De handgeschreven notitie "Verzonden 2/5" geeft aan dat de brief op de dag van datering daadwerkelijk is verstuurd. De referentie "Afd.I No.1720" verwijst naar de eerdere correspondentie van de centrale.
* Taalkundig: Het document is opgesteld in de toen gangbare spelling met de uitgang -ch bij woorden als "visch" en "Deensche". De Nederlandsche Visscherycentrale, gevestigd in Den Haag, was in de jaren '30 een belangrijk regulerend orgaan voor de visserijsector. In de periode voor de Tweede Wereldoorlog was er sprake van strikte marktregulering en toezicht op de import van buitenlandse producten om de eigen markt te beschermen en statistieken bij te houden.
Dit specifieke document illustreert hoe nauwgezet de controle was: zelfs een relatief kleine partij van 250 kg vis werd geregistreerd en gerapporteerd aan de centrale autoriteit. De vermelding van "Deensche visch" is interessant, omdat Denemarken destijds een belangrijke exporteur van platvis naar de Nederlandse afslagen was. De datum, mei 1939, plaatst dit document in de laatste maanden van vrede voor het uitbreken van de oorlog, een tijd waarin economische zelfvoorziening en marktcontrole steeds belangrijker werden. M. Gerritse
Samenvatting
Dit document is een administratieve rapportage over de handel in buitenlandse vis op de Nederlandse markt in het voorjaar van 1939.
* Inhoud: De brief dient als reactie op een informatieverzoek van de Nederlandsche Visscherycentrale. Er wordt melding gemaakt van een partij van 250 kilogram Deense schol, aangevoerd door een handelaar genaamd M. Gerritse. De netto-opbrengst van deze partij was 43,03 gulden.
* Administratieve kenmerken: De handgeschreven notitie "Verzonden 2/5" geeft aan dat de brief op de dag van datering daadwerkelijk is verstuurd. De referentie "Afd.I No.1720" verwijst naar de eerdere correspondentie van de centrale.
* Taalkundig: Het document is opgesteld in de toen gangbare spelling met de uitgang -ch bij woorden als "visch" en "Deensche".
Historische Context
De Nederlandsche Visscherycentrale, gevestigd in Den Haag, was in de jaren '30 een belangrijk regulerend orgaan voor de visserijsector. In de periode voor de Tweede Wereldoorlog was er sprake van strikte marktregulering en toezicht op de import van buitenlandse producten om de eigen markt te beschermen en statistieken bij te houden.
Dit specifieke document illustreert hoe nauwgezet de controle was: zelfs een relatief kleine partij van 250 kg vis werd geregistreerd en gerapporteerd aan de centrale autoriteit. De vermelding van "Deensche visch" is interessant, omdat Denemarken destijds een belangrijke exporteur van platvis naar de Nederlandse afslagen was. De datum, mei 1939, plaatst dit document in de laatste maanden van vrede voor het uitbreken van de oorlog, een tijd waarin economische zelfvoorziening en marktcontrole steeds belangrijker werden.