Ambtsbrief / Afschrift.
Origineel
Ambtsbrief / Afschrift. 6 augustus 1937. Nederlandsche Visscherij Centrale (gevestigd te 's-Gravenhage). Burgemeester en Wethouders der Gemeente Amsterdam. No.46A/17/5 M.1937 No.474 L.M.1937 AFSCHRIFT 1/2
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJ CENTRALE.
Afd.I. 's-Gravenhage, 6 Aug.1937
Betreffende aanwijzing
als aanvoerhaven voor
versche zeevisch.
Burgemeester en Wethouders
der Gemeente Amsterdam.
Ik heb de eer U College hiermede te berichten, dat,
ingevolge een door de Nederlandsche Visscherijcentrale bij den
Minister van Economische Zaken ingediend verzoek, er geen bezwaar
bestaat naast IJmuiden ook Amsterdam met ingang van 16 Augustus
a.s. aan te wijzen als aanvoerhaven voor versche zeevisch, met
uitzondering van versche haring.
In verband hiermede breng ik onder U aandacht, dat
ingevolge art.4 van het Crisis Zeevischbesluit 1936 de aanvoer van
zeevisch in Nederland door visschersvaartuigen, voorzien van een
vreemd letterteeken, slechts is toegestaan tegen betaling van 1%
van de bruto-besomming, ten behoeve van het Landbouw-Crisisfonds.
Ik moge U verzoeken in voorkomende gevallen deze 1%
van de bruto-besomming te doen inhouden en te doen storten op de
postrekening van de Nederlandsche Visscherij Centrale. Ten einde
de uitputting van het contingent na te kunnen gaan, verzoek ik U
direct na lossing en verkoop der visch aan de Nederlandsche Vis-
scherijcentrale een gespecificeerde opgave te verstrekken van de
uitgeloste hoeveelheid visch.
De Secretaris,
w.g.onleesbaar.
[Handgeschreven aantekeningen onderaan]:
(Links):
Afschrift voor
Vischmarkt
14/5-38 [paraaf]
(Rechts, in stempel-cirkel):
Afschr.
v/ [onleesbaar] 1/11 '38.
1/11-38 [paraaf] * Taal en Spelling: Het document is opgesteld in de toenmalige officiële spelling (bijv. "zeevisch", "aandacht", "besomming").
* Inhoud: De brief informeert het Amsterdamse stadsbestuur dat Amsterdam, naast IJmuiden, officieel is aangewezen als haven waar verse zeevis niet-zijnde haring mag worden aangevoerd.
* Financiële bepalingen: Er wordt verwezen naar het Crisis Zeevischbesluit 1936. Schepen met een vreemd letterteken (buitenlandse vaartuigen) moeten 1% van de bruto-opbrengst afdragen aan het Landbouw-Crisisfonds. Amsterdam krijgt de taak deze gelden te innen.
* Administratieve controle: De gemeente moet gedetailleerde opgaven verstrekken aan de Centrale om de visquota (het "contingent") te bewaken.
* Datering handgeschreven notas: De krabbels onderaan tonen aan dat dit afschrift in mei en november 1938 nog circuleerde binnen de gemeentelijke diensten (zoals de Vismarkt). Dit document stamt uit de late jaren '30, de periode van de Grote Depressie. Om de eigen markt te beschermen en te reguleren, stelde de Nederlandse overheid diverse 'Crisisbesluiten' in. De Nederlandsche Visscherij Centrale fungeerde hierbij als een overkoepelend orgaan dat de visserijsector in goede banen moest leiden namens de Minister van Economische Zaken.
De aanwijzing van Amsterdam als aanvoerhaven was een belangrijke economische beslissing, aangezien de vishandel tot dan toe sterk gecentreerd was in IJmuiden. Het toont de bemoeienis van de centrale overheid met lokale markten en de strikte controle op import en vangsthoeveelheden via contingenten (quota). Het Landbouw-Crisisfonds was een nationaal fonds dat gebruikt werd om de agrarische sector (inclusief visserij) te ondersteunen met de opbrengsten van dergelijke heffingen.