Krantenknipsel (fragment).
Origineel
Krantenknipsel (fragment). ...door den huidigen minister van soc...
werden voorbereid.
Aan het werkloosheidsvraagstuk dat voor ons land is te beschouwen als het centrale vraagstuk, dat binnen afzienbaren tijd tot een oplossing moet worden gebracht, bleef het verbond voortdurend aandacht schenken. Ondanks eenige opleving aan het einde van het vorig verslagjaar is helaas het werkloozenaantal nog slechts betrekkelijk weinig verminderd, zoodat nog steeds met een aantal werkloozen van ruim 300.000 rekening moet worden gehouden.
Na te hebben uiteengezet, dat de beste methode van werkloosheidsbestrijding uiteraard is gelegen in een stimuleering van het bedrijfsleven, wordt het vreemd geacht, dat de Regeering, die voor dit probleem is gesteld, niet aarzelt telkens weer nieuwe sociale lasten op het bedrijfsleven te leggen.
Gedacht wordt aan het voorontwerp werkloosheidsverzekering, het voorontwerp kinderbijslagverzekering enz. Reeds door deze maatregelen zal een nieuwe last van circa 40 à 50 millioen gulden per jaar op het bedrijfsleven worden gelegd en de vraag wordt gesteld of niet wordt ingezien, dat men op deze wijze de werkgelegenheid steeds verder aantast en dat de moeilijkheden voor de ondernemingen, om het hoofd boven water te houden, steeds grooter worden.
In dit verband kan verbindendverklaring van collectieve contracten slechts in de verkeerde richting werken.
Het spreekt vanzelf, aldus het verslag, dat loonverstarring speciaal in de beschutte bedrijven een uiterst ongunstigen invloed uitoefent op de verhoudingen in die bedrijven, welke op de internationale markt moeten concurreeren. Gevreesd wordt, dat de bedrijfsgewijze ordeningspogingen, waarbij telkens het groepsegoïsme naar voren komt, de werkloosheid in de hand werken. Weinig vertrouwen wordt gesteld in den maatschappijvorm, waar de zeggenschap over het sociaal-economisch handelen toevalt aan collectiviteiten, raden, bedrijfsschappen e.d. colleges en wel meer in het bijzonder aan een ambtelijk apparaat, dat aan dit alles zijn sanctie moet verleenen. De tekst weerspiegelt de kritische houding van het georganiseerde bedrijfsleven (waarschijnlijk een voorloper van het VNO) tegenover de sociale politiek van de Nederlandse regering tijdens de crisisjaren. De kernpunten zijn:
- De omvang van de werkloosheid: Er wordt gesproken over een aantal van ruim 300.000 werklozen, wat duidt op de diepe economische malaise van de jaren 30.
- Kritiek op de overheidskosten: De ondernemers klagen dat nieuwe sociale wetten (zoals werkloosheids- en kinderbijslagverzekeringen) leiden tot een extra last van 40 tot 50 miljoen gulden, wat volgens hen de concurrentiepositie en daarmee de werkgelegenheid ondermijnt.
- Loonverstarring: Men verzet zich tegen de 'verbindendverklaring' van CAO's (collectieve contracten). Men vreesde dat vaste lonen de flexibiliteit van bedrijven aantastten, zeker voor bedrijven die afhankelijk waren van de export.
- Ideologisch wantrouwen: Er klinkt een sterke afkeer door van corporatisme (raden, bedrijfsschappen) en een groeiend ambtelijk apparaat. Men pleit voor meer vrijheid voor het individuele bedrijfsleven in plaats van collectieve regelingen. Dit fragment stamt uit de periode van de "Grote Depressie" in Nederland. De genoemde 300.000 werklozen was een historisch hoog aantal dat de politiek domineerde.
De "minister van Sociale Zaken" waarnaar verwezen wordt, is waarschijnlijk Marcus Slingenberg (minister van 1935 tot 1937) of zijn opvolger J.R. Slotemaker de Bruïne. Onder hun leiding werden de eerste stappen gezet naar een uitgebreider sociaal stelsel, zoals de Kinderbijslagwet die in 1939 (vlak voor de oorlog) werd aangenomen.
De tekst illustreert het spanningsveld tussen de noodzaak voor sociale zekerheid enerzijds en de vrees van werkgevers voor een onbetaalbaar geworden verzorgingsstaat en een verlies aan internationale concurrentiekracht anderzijds.