Ambtelijk schrijven (doorslag van een getypte brief).
Origineel
Ambtelijk schrijven (doorslag van een getypte brief). 22 september 1938. De Directeur (waarschijnlijk van een Amsterdamse gemeentelijke dienst, zoals de Dienst der Markten). (Handgeschreven bovenaan:) extra
(Rechtsboven:) vP/G.
(Linksboven:) 46A/35/4 M.
(Rechts:) 22 September 1938.
den Heer Directeur van de
Nederlandsche Visscherycentrale,
Juliana van Stolbergplein 3,
's-Gravenhage.
In aansluiting op ons gesprek van 27 Augustus jl. heb ik de eer U beleefd te verzoeken my te willen berichten, of reeds extra-consenten voor den invoer van buitenlandsche visch zyn verleend, onder voorwaarde, dat de bedoelde visch door den Amsterdamschen afslag zal worden verkocht. Tevens verneem ik gaarne, hoe U zich de contrôle op de naleving van deze voorwaarde heeft gedacht.
Tenslotte verzoek ik U my te willen mededeelen, of ten deze, naar Uw oordeel, nog iets kan worden gedaan, om de vischvoorziening van Amsterdam te bevorderen, bijvoorbeeld door aanschryving Uwerzyds van importeurs.
De Directeur, * Doel van de brief: De afzender vraagt om een statusupdate betreffende extra importvergunningen ("extra-consenten") voor buitenlandse vis. Het hoofddoel is het veiligstellen en verbeteren van de visaanvoer voor de stad Amsterdam.
* Kernvoorwaarde: Er wordt benadrukt dat deze extra vis verplicht via de Amsterdamse visafslag verkocht moet worden. De afzender toont zich bezorgd over de handhaving van deze afspraak door te vragen naar de geplande "contrôle".
* Toon en taal: De brief is geschreven in een uiterst beleefde, ambtelijke stijl, kenmerkend voor de late jaren '30. De spelling is de toen geldende spelling-Marchant (bijv. "visch", "Nederlandsche", "zyn").
* Administratieve context: De verwijzing naar een gesprek op 27 augustus toont aan dat dit een lopende kwestie was tussen de gemeente Amsterdam en de nationale toezichthouder op de visserij. De brief dateert uit september 1938, een periode van economische onzekerheid en toenemende overheidsbemoeienis met de voedselvoorziening vlak voor de Tweede Wereldoorlog.
De Nederlandsche Visscherycentrale was een orgaan dat was ingesteld in het kader van de Landbouwcrisiswetgeving. Het had tot taak de productie en handel in vis te reguleren. Amsterdam, als grote consumentenmarkt, had er groot belang bij dat vis niet rechtstreeks aan de handel werd verkocht, maar via de officiële gemeentelijke afslag liep. Dit garandeerde niet alleen inkomsten voor de stad, maar zorgde ook voor transparantie in de prijsvorming en een stabiele voorziening voor de Amsterdamse bevolking in een tijd waarin internationale handelsstromen onder druk stonden. Gemeente Amsterdam
Samenvatting
- Doel van de brief: De afzender vraagt om een statusupdate betreffende extra importvergunningen ("extra-consenten") voor buitenlandse vis. Het hoofddoel is het veiligstellen en verbeteren van de visaanvoer voor de stad Amsterdam.
- Kernvoorwaarde: Er wordt benadrukt dat deze extra vis verplicht via de Amsterdamse visafslag verkocht moet worden. De afzender toont zich bezorgd over de handhaving van deze afspraak door te vragen naar de geplande "contrôle".
- Toon en taal: De brief is geschreven in een uiterst beleefde, ambtelijke stijl, kenmerkend voor de late jaren '30. De spelling is de toen geldende spelling-Marchant (bijv. "visch", "Nederlandsche", "zyn").
- Administratieve context: De verwijzing naar een gesprek op 27 augustus toont aan dat dit een lopende kwestie was tussen de gemeente Amsterdam en de nationale toezichthouder op de visserij.
Historische Context
De brief dateert uit september 1938, een periode van economische onzekerheid en toenemende overheidsbemoeienis met de voedselvoorziening vlak voor de Tweede Wereldoorlog.
De Nederlandsche Visscherycentrale was een orgaan dat was ingesteld in het kader van de Landbouwcrisiswetgeving. Het had tot taak de productie en handel in vis te reguleren. Amsterdam, als grote consumentenmarkt, had er groot belang bij dat vis niet rechtstreeks aan de handel werd verkocht, maar via de officiële gemeentelijke afslag liep. Dit garandeerde niet alleen inkomsten voor de stad, maar zorgde ook voor transparantie in de prijsvorming en een stabiele voorziening voor de Amsterdamse bevolking in een tijd waarin internationale handelsstromen onder druk stonden.