Vervolgblad van een zakelijke correspondentie
Origineel
Vervolgblad van een zakelijke correspondentie 23 november 1938 NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
Vervolgblad 1 van schrijven dd. 23-11-1938 no. 6365.
aan: Den Heer Directeur van het Marktwezen. te Amsterdam.(W)
verkocht. Van het restant ad 1.600 kg heeft de importeur
geen gebruik gemaakt;
H.Wijnschenk, Amsterdam, toewijzing Nº 1532 voor
3.000 kg netto zeevisch uit Denemarken in te voeren ge-
durende het tijdvak van 12 November 1938 tot 15 Decem-
ber 1938;
H.Wijnschenk, Amsterdam, toewijzing Nº 1533 voor
3.000 kg netto zeevisch uit Zweden in te voeren gedurende
het tijdvak van 12 November 1938 tot 15 December 1938;
M.Gerritse, Amsterdam, toewijzing Nº 1550 voor 5.000 kg
netto zeevisch uit Denemarken in te voeren gedurende
het tijdvak van 22 November 1938 tot 15 December 1938.
Ten aanzien van den invoer van forellen bericht ik
U, dat deze invoer aan geen beperkingen is gebonden.
DE DIRECTEUR,
[handtekening]
Vij/LM/BG.
17678-'36 * Inhoud: Het document betreft de administratieve afhandeling van importquota voor zeevis. Er worden drie specifieke toewijzingen vermeld voor de handelaren H. Wijnschenk en M. Gerritse, beide gevestigd in Amsterdam. De periodes van invoer zijn strak afgebakend (november-december 1938). Tevens wordt expliciet vermeld dat forel vrijgesteld is van deze beperkingen.
* Kenmerken: Het is een getypt document op officieel briefpapier. In de kantlijn zijn handgeschreven vinkjes (parafen) geplaatst bij de toewijzingen voor Wijnschenk, wat duidt op een administratieve controle of verwerking.
* Taalgebruik: Er wordt gebruikgemaakt van de toenmalige spelling (bijv. "visscherij", "zeevisch", "dd."). De toon is zakelijk en ambtelijk. * Historische context: De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was een crisisorgaan dat in de jaren '30 werd opgericht onder de Landbouwcrisiswet van 1933. Het doel was om de visserijsector te reguleren en te beschermen tijdens de Grote Depressie.
* Handelsbeperkingen: In deze periode hanteerde de Nederlandse overheid een systeem van contingentering (importquota) om de binnenlandse markt te beschermen tegen goedkope import en om deviezen te sparen. Dit document is een direct resultaat van dat beleid.
* Geadresseerde: De Directeur van het Marktwezen in Amsterdam was een belangrijke figuur voor de controle op de handel en de distributie van levensmiddelen in de hoofdstad.
* Tijdsbeeld: De brief is geschreven in november 1938, minder dan een jaar voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in een tijd van toenemende economische staatsinterventie.
Samenvatting
- Inhoud: Het document betreft de administratieve afhandeling van importquota voor zeevis. Er worden drie specifieke toewijzingen vermeld voor de handelaren H. Wijnschenk en M. Gerritse, beide gevestigd in Amsterdam. De periodes van invoer zijn strak afgebakend (november-december 1938). Tevens wordt expliciet vermeld dat forel vrijgesteld is van deze beperkingen.
- Kenmerken: Het is een getypt document op officieel briefpapier. In de kantlijn zijn handgeschreven vinkjes (parafen) geplaatst bij de toewijzingen voor Wijnschenk, wat duidt op een administratieve controle of verwerking.
- Taalgebruik: Er wordt gebruikgemaakt van de toenmalige spelling (bijv. "visscherij", "zeevisch", "dd."). De toon is zakelijk en ambtelijk.
Historische Context
- Historische context: De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was een crisisorgaan dat in de jaren '30 werd opgericht onder de Landbouwcrisiswet van 1933. Het doel was om de visserijsector te reguleren en te beschermen tijdens de Grote Depressie.
- Handelsbeperkingen: In deze periode hanteerde de Nederlandse overheid een systeem van contingentering (importquota) om de binnenlandse markt te beschermen tegen goedkope import en om deviezen te sparen. Dit document is een direct resultaat van dat beleid.
- Geadresseerde: De Directeur van het Marktwezen in Amsterdam was een belangrijke figuur voor de controle op de handel en de distributie van levensmiddelen in de hoofdstad.
- Tijdsbeeld: De brief is geschreven in november 1938, minder dan een jaar voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in een tijd van toenemende economische staatsinterventie.