Administratieve kennisgeving/brief.
Origineel
Administratieve kennisgeving/brief. 18 november 1938. [Linksboven in rood potlood:] 46 A/35/19
[Daaronder:] 18/11-38 [Paraaf]
A’dam, 18/11 1938
den Heer Directeur
der Nederlandsche
Visscherijcentrale.
Jul. v. Stolbergplein 3/4
Voor de goede orde heb ik de eer
U te berichten, dat op 15 en 17
November jl. door N.V. Nederlandsch
Vischwezen in den gemeentelijken
Vischafslag alhier is aangevoerd
de navolgende uit het buitenland
afkomstige visch: (uit Noorwegen)
15 November 1938: 14 kisten schelvisch
à 40 kg netto per kist; de bruto op-
brengst bedroeg: f. 96.75.
17 November 1938: 1 kist à 25 kg
forellen (uit Denemarken); de bruto
opbrengst bedroeg: f 7.86.
Aangezien u mij omtrent
deze partijen geen bericht zond, is het
mij niet bekend, of ze op extra-con-
sent ~~zijn~~ ingevoerd zijn.
18-11-’38 mp [Paraaf] Het document is een zakelijke correspondentie waarin melding wordt gemaakt van de import en verhandeling van buitenlandse vis (schelvis uit Noorwegen en forel uit Denemarken) op de Amsterdamse visafslag. De schrijver merkt op dat er geen voorafgaande instructies zijn ontvangen, waardoor onduidelijkheid bestaat over de juridische status van de import onder het geldende vergunningstelsel ("extra-consent"). Het taalgebruik is formeel en kenmerkend voor de ambtelijke stijl van voor de Tweede Wereldoorlog (bijv. "jl." voor jongstleden, de spelling "schelvisch"). In de jaren 30 van de 20e eeuw was de Nederlandse visserijsector sterk gereguleerd als gevolg van de economische crisis. De "Nederlandsche Visscherijcentrale" (NVC) hield toezicht op de markt en de import/export. Importen waren onderworpen aan een systeem van contingentering en vergunningen ("consenten"). Deze brief illustreert de nauwe controle op de aanvoer van buitenlandse visproducten. De genoemde datum, november 1938, plaatst het document in de gespannen periode kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, waarin voedselvoorziening en handelsbeperkingen een grote rol speelden. N.V. Nederlandsch
Samenvatting
Het document is een zakelijke correspondentie waarin melding wordt gemaakt van de import en verhandeling van buitenlandse vis (schelvis uit Noorwegen en forel uit Denemarken) op de Amsterdamse visafslag. De schrijver merkt op dat er geen voorafgaande instructies zijn ontvangen, waardoor onduidelijkheid bestaat over de juridische status van de import onder het geldende vergunningstelsel ("extra-consent"). Het taalgebruik is formeel en kenmerkend voor de ambtelijke stijl van voor de Tweede Wereldoorlog (bijv. "jl." voor jongstleden, de spelling "schelvisch").
Historische Context
In de jaren 30 van de 20e eeuw was de Nederlandse visserijsector sterk gereguleerd als gevolg van de economische crisis. De "Nederlandsche Visscherijcentrale" (NVC) hield toezicht op de markt en de import/export. Importen waren onderworpen aan een systeem van contingentering en vergunningen ("consenten"). Deze brief illustreert de nauwe controle op de aanvoer van buitenlandse visproducten. De genoemde datum, november 1938, plaatst het document in de gespannen periode kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, waarin voedselvoorziening en handelsbeperkingen een grote rol speelden.