Zakelijke brief (getypt met handgeschreven toevoeging).
Origineel
Zakelijke brief (getypt met handgeschreven toevoeging). 11 november 1938. H. Wijnschenk, Groothandel en commissionnair in alle soorten zee- en riviervisch. De Directeur van de Vischerij Centrale. H. WIJNSCHENK
GROOTHANDEL EN COMMISSIONNAIR
IN ALLE SOORTEN
ZEE- EN RIVIERVISCH
AMSTELKADE 15
TELEFOON 91639 - AMSTERDAM (Z.)
GEM. GIRO W 1443
BANKIER: ZAANLANDSCHE BANK
[Stempel/Nummer rechtsboven:]
No 46 A/35/14 M. 1938 11/11
AMSTERDAM, 11 November 1938
Aan den Weled. Heer Dir. van
de
Vischerij Centrale.
M.
Naar aanleiding van Uw brief van 5 November j.l. deel ik U mede dat het U toch wel duidelijk zal zijn, dat een handelsman onmogelijk van te voren kan opgeven dat hij een bepaalde hoeveelheid visch op een bepaalde dag wil invoeren en dan nog zou moeten afwachten, of hij daarvoor wel concent kan krijgen. Dit is toch tootaal zakelijk onmogelijk.
Ik verzoek U daarom beleefd, mij een zoo groot mogelijk kwantum extra concent te bezorgen voor den invoer van Deensche en Zweedsche visch, die dan natuurlijk over de Gemeente afslag in Amsterdam wordt verkocht .
Van de gewone concenten wordt toch zoo weinig gebruik gemaakt dat belangrijke extra hoeveelheden wel kunnen worden toegestaan, desnoods van de ongebruikte toewijzingen van vorige perioden .
Ik verwacht dat a.s. Maandag 14 November visch uit Denemarken en Zweden voor mij kan worden afgezonden . Dit is alleen mogelijk indien U nog heden extra concent stuurt.
Hoogachtend ,
[Handtekening] H. Wijnschenk
[Handgeschreven toevoeging:]
Net ik deze brief Wil Verzenden krijg ik Telefonisch bericht Van Den Heer Dr. v de Laan. als dat ik Zweeds Concent Kan Verlengen. Welnu aangezien er een Auto te Wachten is juist op de Vervaldag dag Van het Zweedse Concent Zoo Vraag ik u beleefd dit te Verlengen & Tevens een Deensch & Zweeds extra Concent dat ik Kan doorgaan met invoeren Bij Voorbaat Dank.
Hoogacht
H Wijnschenk
[Rechtsonder handgeschreven:] 46 In deze brief beklaagt de visgroothandelaar H. Wijnschenk zich over de starre bureaucratie rondom de invoer van vis. Hij verzoekt om extra 'concenten' (invoercontingenten of vergunningen) voor de import van vis uit Denemarken en Zweden.
De kern van zijn betoog is dat de dynamische vismarkt niet te verenigen is met het vooraf aanvragen van exacte hoeveelheden per specifieke dag. Hij wijst erop dat er binnen het systeem waarschijnlijk ruimte is door ongebruikte quota van anderen. De urgentie wordt onderstreept door het handgeschreven naschrift: op de dag dat zijn huidige vergunning verloopt, staat er al een vrachtwagen ('Auto') te wachten. Hij heeft de verlenging en extra quota direct nodig om de handel niet stil te leggen. Het document dateert uit november 1938, een periode waarin de Nederlandse economie nog steeds getekend werd door de gevolgen van de Grote Depressie. Om de eigen markt te beschermen, hanteerde de Nederlandse overheid een streng stelsel van invoercontingenten (quota).
De Vischerij Centrale was een uitvoeringsorgaan dat toezag op deze regulering. De term 'concent' in de brief is een verbastering of vakterm voor 'contingent'. De brief geeft een inkijkje in de frictie tussen de overheid, die probeerde de markt te beheersen via administratieve weg, en de ondernemer, voor wie snelheid en flexibiliteit essentieel waren. De genoemde 'Gemeente afslag' verwijst naar de Amsterdamse visafslag, destijds een cruciaal knooppunt voor de visdistributie in Nederland. H. Wijnschenk M.