Handgeschreven ambtelijke notitie op een voorgedrukte bijlage.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie op een voorgedrukte bijlage. Doorgezonden op 28/2 (1937); ondertekend/gedateerd rechtsonder op 2-3-'37. Zienswijze van Minister acht ik niet geheel juist. Een zeer groot aantal venters is nu eenmaal aangewezen op de Amsterdamsche markt. Extra consenten voor Amsterdam zou voor deze groep venters van beteekenis kunnen zijn indien deze consenten niet in handen werden gesteld van den voornaamsten Amsterd. importeur, die om welke redenen dan ook de geïmporteerde visch in IJmuiden op den afslag brengt.
De fout is dat in brief aan Minister verzocht is om de niet gebruikte consenten af te staan aan Amsterdamsche importeurs. Verzocht had m.i. moeten worden om Deensche visch rechtstreeks op de Amsterdamsche afslag te laten verhandelen dus de consenten b.v. in handen te stelle[n] van B & W van Amsterdam of Directie marktwezen.
De prijzen welke op de Amst. afslag worden gemaakt zijn voor zoover door mij is kunnen worden nagegaan over het algemeen niet lager dan te IJmuiden.
2-3-'37 * Kern van het betoog: De auteur van de notitie bekritiseert een besluit of standpunt van de Minister betreffende visimport-vergunningen ("consenten"). Het hoofdpunt is de logistieke stroom van Deense vis. Hoewel de vis voor de Amsterdamse markt bedoeld is, laat de hoofdimporteur deze via de visafslag in IJmuiden lopen.
* Belanghebbenden: De auteur komt op voor de "venters" (straatverkopers) in Amsterdam, die afhankelijk zijn van een goed aanbod op de lokale markt.
* Beleidsadvies: Er wordt geadviseerd om de importrechten niet aan private importeurs te geven (die hun eigen weg kiezen naar IJmuiden), maar aan het gemeentebestuur (B&W) of de Directie van het Marktwezen, zodat de vis direct op de Amsterdamse afslag terechtkomt.
* Economische rechtvaardiging: De auteur weerlegt het mogelijke argument dat de prijzen in Amsterdam ongunstig zouden zijn; volgens zijn informatie zijn de prijzen vergelijkbaar met die in IJmuiden. Dit document stamt uit 1937, een periode waarin de Nederlandse overheid de economie en import strak reguleerde met contingenten en consenten (invoervergunningen) om de eigen markt te beschermen en te ordenen tijdens de naweeën van de crisisjaren.
Er bestond een voortdurende spanning tussen de centrale visafslag in IJmuiden (als primaire aanvoerhaven) en lokale afslagen zoals die in Amsterdam. Amsterdam was een enorme afzetmarkt, maar door de centralisatie in IJmuiden moesten Amsterdamse handelaren en venters vaak vis "terughalen", wat de kosten verhoogde. De notitie toont een poging van een ambtenaar (mogelijk verbonden aan de gemeente Amsterdam of een controlerend orgaan) om de lokale handel te stimuleren door de distributieketen van geïmporteerde Deense vis te verkorten. M. No Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
- Kern van het betoog: De auteur van de notitie bekritiseert een besluit of standpunt van de Minister betreffende visimport-vergunningen ("consenten"). Het hoofdpunt is de logistieke stroom van Deense vis. Hoewel de vis voor de Amsterdamse markt bedoeld is, laat de hoofdimporteur deze via de visafslag in IJmuiden lopen.
- Belanghebbenden: De auteur komt op voor de "venters" (straatverkopers) in Amsterdam, die afhankelijk zijn van een goed aanbod op de lokale markt.
- Beleidsadvies: Er wordt geadviseerd om de importrechten niet aan private importeurs te geven (die hun eigen weg kiezen naar IJmuiden), maar aan het gemeentebestuur (B&W) of de Directie van het Marktwezen, zodat de vis direct op de Amsterdamse afslag terechtkomt.
- Economische rechtvaardiging: De auteur weerlegt het mogelijke argument dat de prijzen in Amsterdam ongunstig zouden zijn; volgens zijn informatie zijn de prijzen vergelijkbaar met die in IJmuiden.
Historische Context
Dit document stamt uit 1937, een periode waarin de Nederlandse overheid de economie en import strak reguleerde met contingenten en consenten (invoervergunningen) om de eigen markt te beschermen en te ordenen tijdens de naweeën van de crisisjaren.
Er bestond een voortdurende spanning tussen de centrale visafslag in IJmuiden (als primaire aanvoerhaven) en lokale afslagen zoals die in Amsterdam. Amsterdam was een enorme afzetmarkt, maar door de centralisatie in IJmuiden moesten Amsterdamse handelaren en venters vaak vis "terughalen", wat de kosten verhoogde. De notitie toont een poging van een ambtenaar (mogelijk verbonden aan de gemeente Amsterdam of een controlerend orgaan) om de lokale handel te stimuleren door de distributieketen van geïmporteerde Deense vis te verkorten.