Handgeschreven ambtelijke notitie op ongelinieerd papier.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie op ongelinieerd papier. Landenconsenten:
a./ [boven de regel: invoer uit] [doorgestreept: Voor Denemarken heeft] over land
heeft W. zoo nu en dan consenten,
maar veel te weinig. - In vaart
schol, en schol uit Denemarken :
schelvisch, kabeljauw, wijting, [onderstreept in rood: geep] in
Mei en Juni, [onderstreept in rood: bot] in de zomer.
Geep en bot zijn in Nederland ongeveer afgeloopen,
worden haast niet meer gevangen.
b). [onderstreept in rood: Zweden] van belang voor [onderstreept in rood: schol], schol,
schelv. en kab. Daarvoor heeft W.
helemaal geen consenten. (heeft in de
basisjaren niet ingevoerd, ook niet uit
Noorwegen).
c) [onderstreept in rood: Noorwegen] van belang voor schelv., kab. en
heilbot. Is de heele winter door [doorgestreept: bezig]
mogelijk; van groot belang voor Adam.
Vorige jaar heeft W. een consent voor
Noorwegen gehad; had er geen recht op;
had in de basisjaren niet ingevoerd;
hem is dan ook nu (37) Consent voor
Noorwegen geweigerd. 26/10 37 WL. Dit document is een verslag van een administratieve afweging over de toekenning van importvergunningen voor vis.
* Consenten: De tekst draait om 'consenten' (invoervergunningen). In de jaren '30 was de import in Nederland strikt gereguleerd via een contingentenstelsel.
* Partij 'W': Er wordt gerefereerd aan een partij of firma "W." die meer importrechten wil, maar door de ambtenaar wordt beperkt op basis van historische gegevens.
* De 'Basisjaren': Het cruciale argument voor weigering is dat W. in de zogenoemde 'basisjaren' (de referentieperiode waarop de quota werden gebaseerd) geen vis uit Zweden of Noorwegen importeerde. Hierdoor heeft de firma volgens de regels geen recht op nieuwe quota voor deze landen.
* Seizoensinvloeden: De notitie vermeldt dat import van geep en bot noodzakelijk wordt omdat deze seizoensvissen in oktober in de eigen Nederlandse wateren "haast niet meer gevangen" worden.
* Afkortingen: "Schelv." staat voor schelvis, "kab." voor kabeljauw en "Adam." is een gangbare contemporaine afkorting voor Amsterdam, wat wijst op de beoogde afzetmarkt. Het document stamt uit 1937, een periode waarin Nederland gebukt ging onder de gevolgen van de Grote Depressie. Om de eigen economie en visserij te beschermen, voerde het kabinet-Colijn de Crisis-Invoerwet (1932) in. Hierdoor werd de vrije handel vervangen door een systeem van overheidssturing: importeurs mochten alleen goederen invoeren als zij een 'consent' hadden. Dit leidde tot een enorme bureaucratie waarin ambtenaren, zoals de ondertekenaar "WL.", nauwgezet moesten controleren of importeurs voldeden aan de eisen van het historische importvolume. De tekst illustreert de verschuiving van een open handelseconomie naar een gesloten, gereguleerde crisiseconomie.