Getypte brief op officieel briefpapier.
Origineel
Getypte brief op officieel briefpapier. 3 juni 1937. H. Wijnschenk, Groothandel en Commissionnair in alle soorten zee- en riviervisch. Den Heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam-W. [Briefhoofd]
N° 46 A/43/M. 1937
H. WIJNSCHENK
GROOTHANDEL EN COMMISSIONNAIR
IN ALLE SOORTEN
ZEE- EN RIVIERVISCH
AMSTELKADE 15 [doorgehaald]
Roerstraat 69.
TELEFOON 91639 - AMSTERDAM (Z.)
GEM. GIRO W 1443
BANKIER: ZAANLANDSCHE BANK
AMSTERDAM, 3 Juni 1937
Roerstraat 69.
[Handgeschreven rechtsboven:] m. Dir / Hr. Dekker
Den Heer Directeur van
het Marktwezen.
A m s t e r d a m.W.
Weledelgestrenge Heer,
Met betrekking tot ons onderhoud ten aanzien van de invoer van vis uit andere landen melden wy U, dat wy in Maart 1937 een extra consent hebben bekomen voor 5000 Kg. schelvis in te voeren uit Noorwegen.
Zoals het U bekend zal zyn is dit consent verstrekt geworden naar aanleiding van de grieven uit de levensmiddelenraad met betrekking tot de lage aanvoer van verse en goede vis aan de Amsterdamse markt.
Het heeft in de bedoeling gelegen om 15000 Kg. extra te doen invoeren ten behoeve van Amsterdam, welke invoervergunningen bestemd zouden worden voor alle grossiers aan de markt alhier, doch slechts 5000 Kg. zyn hier aangevoerd geworden terwyl het restant via Rotterdam is gegaan, hetgeen niet juist is.
Daar aan de Amsterdamse markt grote behoefte bestaat aan schelvis alsmede platvis in de vorm van bot, schol en schar op tyden dat de vloot te Ymuiden niet vist, verzoeken wy U maatregelen te willen treffen opdat alle grossiers aan de markt invoervergunningen bekomen, die echter in verse vis dienen te handelen.
Momenteel is de zaak zo gelegen, dat vele handelaren via Rotterdam moeten kopen om in Amsterdam te kunnen leveren, hetgeen een ongezonde toestand is, temeer de consenten aan Rotterdammers verstrekt uitsluitend dienen voor het gebruik te Rotterdam en wy kunnen aantonen, dat veel vis naar andere plaatsen gaat.
[Handgeschreven in de kantlijn:] Neen! amp
Nu heeft Rotterdam tevens consent op naam van den heer de By, terwyl deze persoon in het geheel niet meer in de handel is, zodat de afslag aldaar profiteert van de invoervergunningen zonder er eveneens recht op te hebben.
Wy vertrouwen er op, dat U voor de aanstaande winter er in zult slagen om consenten machtig te worden in voldoende maten voor de Amsterdamse behoeften, terwyl deze consenten op naam dienen te komen van de aanwezige groothandelaren, terwyl deze zich e.v. verplichten om de vis via de afslag te doen veilen, zodat de gemeente er eveneens baat bij zal vinden.
Gaarne zien wy alsnog, dat U direct bij de Vissery centrale extra consent aanvraagt voor de invoer van geep en bot daar deze vissoorten hier heel veel gevraagd worden en de aanvoer uiterst gering is.
Hoogachtend,
[Handgeschreven handtekening: H. Wijnschenk]
[Onderaan rechts:] 46 In deze brief beklaagt visgroothandelaar H. Wijnschenk zich bij de Directeur van het Marktwezen over de distributie van importvergunningen (consenten) voor vis. De kernpunten zijn:
1. Tekort in Amsterdam: Ondanks een toegezegde 15.000 kg aan extra import voor de Amsterdamse markt, is er slechts 5.000 kg daadwerkelijk in de stad aangekomen.
2. Concurrentie met Rotterdam: Wijnschenk stelt dat de overige 10.000 kg via Rotterdam is binnengekomen en daar is gebleven of elders is verhandeld, waardoor Amsterdamse handelaren gedwongen zijn hun voorraad in Rotterdam in te kopen.
3. Onregelmatigheden: Er wordt melding gemaakt van een zekere heer De By die nog steeds consenten op zijn naam krijgt terwijl hij niet meer actief is in de handel.
4. Verzoek: De schrijver pleit voor een eerlijkere toewijzing van vergunningen direct aan Amsterdamse grossiers, mits zij de vis via de lokale afslag veilen, wat ook de gemeente ten goede zou komen.
De handgeschreven notitie "Neen!" in de marge suggereert dat de behandelend ambtenaar het niet eens was met de beweringen of het verzoek in die specifieke alinea. De brief dateert uit juni 1937, een periode waarin de Nederlandse economie nog herstellende was van de Grote Depressie. De overheid stuurde de economie sterk aan via een stelsel van contingentering en invoervergunningen (de zogenaamde 'consenten') om de eigen markt te beschermen en de voedselvoorziening te reguleren.
In de visserijsector leidde dit tot spanningen tussen de grote marktsteden (Amsterdam en Rotterdam) en de aanvoerhavens (zoals IJmuiden). De "Vissery centrale" waarnaar verwezen wordt, was het orgaan dat deze importquota beheerde. De brief geeft een inkijkje in de felle concurrentie en de bureaucratische strijd om schaarse importrechten in de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De genoemde vissoorten (schelvis, bot, schol, schar en geep) waren destijds volksvoedsel waarvan de aanvoer sterk afhankelijk was van seizoensinvloeden en de activiteiten van de eigen vloot. H. Wijnschenk W. Marktwezen